Cookies, inclusief cookies van derden, worden gebruikt om de kwaliteit van de inhoud van deze website te verbeteren en aan te passen aan de behoeften van gebruikers. Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies en met eventuele communicatie als u uw contactgegevens invult in een van de formulieren die op de website moeten worden ingevuld.
Blog

Spinazie kweken in een serre

Spinazie kweken in een serre
Bloomcabin veldfolio / koelseizoen editie 05

Spinazie kweken in een serre

Een fris, snel bladgewas voor de stille maanden vóór de lente en een doordacht gebruik van de serre na de zomer.

Gewastype Koel bladgewas
Beste serreklimaat Koel en geventileerd
Zaaidiepte 1–2 cm
Oogstritme Van baby leaf tot herhaalde pluk
Het tussenseizoen in de serre

Spinazie heeft niet de uitgesproken warmte nodig die bij tomaten, paprika’s en komkommers hoort. Ze vraagt een serre die een beheerste zone van koel licht vormt: beschermd tegen slagregen en koude wind, voldoende open om vocht af te voeren en nooit zo gesloten dat ze bij de middagzon een oven wordt.

Daardoor is spinazie bijzonder waardevol in een Belgische serre. In de late winter verandert ze een leeg bed in jong saladeblad terwijl de buitentuin nog traag ontwaakt. In de herfst volgt ze zomergroenten snel op. In zachte kuststreken en stedelijke tuinen kunnen gevestigde planten tijdens de winter blijven staan en bij terugkerend licht opnieuw groeien. De juiste denkwijze is eenvoudig: gebruik de serre als een koel seizoenshuis, niet uitsluitend als een warme kas.

Begin met een schoon bed of een diepe bak, zaai rechtstreeks in bescheiden hoeveelheden en herhaal om de twee à drie weken zolang het klimaat gunstig blijft. Een goed geventileerde Klassieke aluminium kas geeft dit compacte gewas een overzichtelijke plaats, met bereikbare teeltstroken en de mogelijkheid om warmte en luchtvochtigheid actief te sturen in plaats van alleen warmte te verzamelen.

Editie één / kies voor seizoen en oogstdoel

Kies een bladtype dat bij uw oogst past

Er bestaat niet één beste spinazie voor de serre. Gladde types zijn praktisch voor baby leaf: ze wassen gemakkelijk, drogen vlot en passen bij een dichte, gelijkmatige zaai. Savooiachtige types bieden meer volume en een uitgesproken bladstructuur. Hun plooien houden echter langer vocht en vuil vast, waardoor zorgvuldig wassen en voldoende luchtcirculatie extra belangrijk worden. Voor grote bladeren kiest u bij voorkeur een krachtige, opgerichte groeiwijze.

Geef voor de herfst- en winterteelt voorrang aan rassen die expliciet geschikt zijn voor overwintering of koele omstandigheden. Voor een vroege lenteronde is een snelle groei welkom, maar wordt traag doorschieten essentieel. Weerstand tegen valse meeldauw vormt eveneens een nuttige selectie-eigenschap, zeker bij een dicht gewas onder glas. Weerstand is geen vervanging voor ventilatie: langdurig nat blad blijft een risico. Lees daarom de actuele informatie op het zaadzakje en controleer voor welk seizoen, oogststadium en eventuele meeldauwresistentie het ras wordt aangeboden.

De meest verfijnde serreoogst komt niet uit het grootste zaaibed, maar uit een kleine partij die precies klaarstaat wanneer u haar wilt snijden.

Koop liever twee kleine zakjes met elk een duidelijk seizoensdoel dan één grote voorraad voor het hele jaar. Spinazie kiemt moeilijker wanneer de wortelzone na de zomer nog warm is. Wacht dan op koeler weer, scherm de bodem tijdelijk af of zaai afzonderlijk in modules op een koelere plaats. Plant jong uit zodra de kluit samenhangt. Voor herfst, winter en vroege lente blijft rechtstreeks zaaien in het uiteindelijke bed doorgaans de rustigste route.

Editie twee / zaaidichtheid

Eén zaad, vier mogelijke oogsten

Zaai spinazie ongeveer 1–2 cm diep. De dichtheid bepaalt het eindproduct: dicht voor fijn babyblad, ruimer voor brede rozetten waarvan u afzonderlijke bladeren plukt.

A / baby leaf

Dichte band

2–3 cm tussen planten

B / volgroeid blad

Rozetten

10–15 cm eindafstand

C / rijen

Leesbare stroken

Ongeveer 20 cm uit elkaar

D / bakken

Mobiele teelt

25–30 cm diep

Stroken voor baby leaf

Zaai dun maar gelijkmatig in een smalle band en mik op ongeveer 2–3 cm tussen de kiemplanten. Het doel is een helder, kort gewas, geen dicht tapijt dat na elke gietbeurt lang nat blijft. Snijd zodra de bladeren ongeveer 5–8 cm lang zijn. U hoeft vooraf niet klassiek uit te dunnen: de eerste jonge oogst vervult die functie en geeft de resterende planten meteen meer lucht.

Ruimte voor volgroeide planten

Dun de planten uit tot een eindafstand van ongeveer 10–15 cm. De kleinere afstand levert een productieve strook voor regelmatige buitenbladpluk; de ruimere afstand geeft brede, stevige rozetten met betere toegang en luchtcirculatie. Eet de uitgedunde plantjes als baby leaf. Ze zijn de eerste oogst van de zaaironde, niet het afval ervan.

Rijen die bereikbaar blijven

Maak rijen op ongeveer 20 cm van elkaar. Dat is praktisch wanneer u geregeld schoffelt, aan de voet water geeft of afwisselend jonge planten wegneemt. Kies in een compacte hobbyserre vooral voor een indeling waarbij u niet telkens langs nat blad strijkt. Bereikbaarheid vermindert beschadiging en maakt het eenvoudiger om verkleuring, vraat of vochtige plekken vroeg te zien.

Bakken bij de serredeur

Gebruik een brede bak van minstens 25–30 cm diep met een vrije afwatering. Vul hem met een luchtig, vochthoudend maar goed drainerend mengsel. Zaai een band voor baby leaf of dun uit voor grotere planten. Een royale bak houdt vocht en temperatuur gelijkmatiger dan een klein potje en kan dicht bij de serredeur worden geplaatst voor een snelle, dagelijkse oogst.

Dun na de opkomst geleidelijk uit en beschouw elk verwijderd plantje als een jonge oogst. Een goede plantafstand is ook een gezondheidsmaatregel: luchtig blad droogt sneller en biedt minder gunstige omstandigheden voor valse meeldauw en andere problemen die door langdurige vochtigheid worden versterkt.

Editie drie / almanak van koel licht

Beheer de dag, niet alleen de thermometer

Het voordeel van een serre is voor spinazie vooral bescherming tegen uitersten, niet permanente warmte. Kieming en jonge groei verlopen het betrouwbaarst in een koel, gelijkmatig vochtig wortelmilieu. Als praktische richtlijn groeit spinazie vlot rond 15–20 °C, maar in een hobbyserre levert een beheerst koel dagklimaat vaak een betere bladkwaliteit dan extra verwarming. Let vooral op korte temperatuurpieken: zelfs in februari of april kan zon achter glas de temperatuur verrassend snel doen stijgen.

Daglengte werkt samen met temperatuur. Een plots warme, heldere lenteweek kan een volgroeid gewas naar bloei duwen, ook als de nachten nog fris zijn. Open dakramen vroeg, plaats tijdelijke scherming vóór de grootste hitte en oogst rijpe bladeren zonder uitstel. De productinformatie over Klassieke aluminium kas biedt inspiratie voor een serre-indeling waarin ventilatie, bruikbare teeltruimte en beschaduwing samen een koele productiezone ondersteunen.

Plaats in een kleine serre een minimum-maximumthermometer op gewashoogte en vertrouw niet uitsluitend op de buitentemperatuur. De ruimte kan bij zonsopgang koel zijn en tegen de middag onverwacht warm worden, zeker tegen een zuidgerichte gevel. De relevante meting is wat blad en wortelzone werkelijk ervaren. Noteer daarom ook wanneer u lucht, schermt en de eerste tekenen van een oprichtend hart ziet.

SeizoenLate winterVroege lenteLate lenteHerfst
SerreBeschermenVroeg luchtenSchermen en luchtenVocht bewaken
ZaaienJaIn reeksenAlleen indien koelBeste venster
SchietrisicoLaagToenemendHoogLaag
OogstTraag, malsVlotJong snijdenGelijkmatig
Editie vier / uitwisseling tussen wortel en blad

Bouw een wortelzone die de rozet laat doorgroeien

Spinazie groeit snel en reageert sterk op afwisselend uitdrogen en overvloedig water geven. Begin met losse, goed drainerende serregrond waarin rijpe compost is verwerkt. De structuur moet tegelijk lucht toelaten en voldoende vocht vasthouden. Omdat slagregen een serrebed niet doorspoelt, is bemesten uit gewoonte onverstandig. Observeer groei en bladkleur, bewaak de toestand van de bodem en voeg alleen bescheiden voeding toe wanneer daar werkelijk aanleiding toe is.

BodemKruimelig zaaibed
CompostAlleen goed rijp
WaterAan de voet
VoedingBescheiden en gericht
LuchtVroeg ventileren

Bodem en compost

Bereid een egaal, onkruidvrij zaaibed voor en verkruimel grote kluiten, zodat de zaden op een gelijke diepte liggen en samen opkomen. Werk vóór het zaaien rijpe compost door de bovenlaag om structuur, vochtbuffer en rustige voeding te verbeteren. Maak de grond niet poederfijn of modderig: stabiele kruimels bewaren ruimte voor water én zuurstof. Vermijd verse, hete compost rond kiemend zaad.

Water geven zonder nat blad

Geef voldoende water om de actieve wortelzone rustig te bevochtigen en laat het oppervlak daarna licht opdrogen voor de volgende gietbeurt. Een gieter die op de bodem is gericht of een druppelsysteem is meestal geschikter dan herhaald sproeien over het blad. Geef bij voorkeur in de ochtend. Zo hebben bladeren, paden en serrelucht tijd om vóór de koelere avond op te drogen.

Voed op basis van signalen

Spinazie heeft betrouwbare voeding nodig omdat ze in korte tijd veel blad vormt. Extra mest lost echter een tekort aan licht, een te warme serre, verdichte grond of slechte afwatering niet op. Rijpe compost en een beperkte, evenwichtige organische groentevoeding volstaan meestal. Controleer eerst bodemvocht, wortelruimte en groei. Overmatig stikstof jaagt zacht, kwetsbaar blad vooruit en versnelt de trage wintergroei niet op een gezonde manier.

Lucht hoort bij water geven

Lucht na het gieten en op heldere ochtenden, ook wanneer het buiten nog fris is. Luchtbeweging vermindert condensatie, helpt het blad opdrogen en houdt een dicht gewas beter beheersbaar. Na een koude nacht kan een serre zeer vochtig zijn, zelfs zonder recente regen. Zie ventilatie daarom als de tweede helft van elke gietbeurt: water voor de wortels, vervolgens voldoende lucht om de bladnatperiode te verkorten.

Editie vijf / doorlopend in plaats van overvol

Zaai kleine edities, geen overmaat in één keer

Een serre nodigt uit om elk leeg vak onmiddellijk te vullen. Weersta die neiging. Een korte reeks kleine zaaibeurten levert blad op het juiste stadium, laat ruimte om het gewas te laten drogen en maakt het eenvoudiger een verouderende partij te verwijderen voordat ze de volgende ronde hindert.

Ronde 01Dag 0Zaai een strookHoud gelijkmatig vochtig
Ronde 02Dag 10–14Zaai opnieuwDun eerste vak
Ronde 03Dag 20–28Herhaal indien koelBegin te oogsten

Eerste ronde: vestigen

Zaai één bescheiden band of rij en label ras en zaaidatum. Houd de kiemzone gelijkmatig vochtig, maar nooit drassig. Druk de grond na het zaaien licht aan en gebruik een fijne broes, zodat het zaad niet wegspoelt. Onder gunstig licht verschijnt de eerste babyblad-oogst vrij snel; in donkere winterweken duurt alles langer. Het label voorkomt dat verschillende reeksen later onherkenbaar door elkaar lopen.

Tweede ronde: overlappen

Zaai ongeveer tien tot veertien dagen later een tweede kleine strook. Dun de eerste zaai uit zodra echte blaadjes ontstaan en gebruik die plantjes in de keuken. Zo verandert één korte overvloed in een bruikbare overlap: één vak kiemt, één vak vult zich en het oudste nadert de oogst. In een koele herfst kunt u het interval eventueel tot twee of drie weken verlengen.

Derde ronde: behoud het ritme

Zaai rond dag twintig tot achtentwintig opnieuw, maar alleen wanneer de serre koel genoeg blijft voor een betrouwbare kieming en mooie bladkwaliteit. Pluk intussen buitenblad van de oudste planten en controleer geregeld op natte plekken, vraat en mineergangen. Ruim het eerste vak op voordat meerdere planten zich naar de bloei beginnen te strekken. Opvolgzaai draait om timing, niet om een maximaal aantal planten.

Weet wanneer u pauzeert

Wanneer de serre al sterk opwarmt en de dagen snel lengen, is een leeg vak geen reden om nog spinazie toe te voegen. Gebruik de plaats voor jonge planten of een zomergroente en reinig het bed voor een latere koele ronde. Een bewuste pauze beschermt de kwaliteit van de spinazie die nog groeit en voorkomt een reeks teleurstellende, snel doorschietende zaaisels.

Editie zes / oogsten met een plan

Drie manieren om spinazie te snijden, elk met een ander ritme

01

Baby leaf

Snijd 2–3 cm boven de grond.

02

Buitenblad

Laat het hart intact.

03

Tweede snede

Snijd boven het groeipunt.

Baby leaf: snel en mals

Wanneer de bladeren 5–8 cm lang, mals en rechtopstaand zijn, knipt u het dichtgezaaide vak ongeveer 2–3 cm boven de grond. Beschadig het groeipunt niet diep. Deze methode levert snel een ruime kom jonge spinazie, maar behandel ze vooral als een korte teelt met één nette hoofdoogst. Was alleen wat u nodig hebt of droog het blad zorgvuldig. Zaai meteen een volgende band als het seizoen gunstig blijft.

Buitenblad: de huishoudelijke methode

Bij ruim geplante rozetten neemt u eerst de grootste buitenste bladeren weg en behoudt u het centrale groeipunt. Dit is de betrouwbaarste methode voor een langere oogst, omdat het hart nieuwe bladeren blijft vormen. Pluk niet elke plant in één keer kaal. Een rozet met een gezond centrum en voldoende resterend blad herstelt gelijkmatiger en blijft langer productief zolang ze laag en compact groeit.

Snijden en hergroeien: een bescheiden tweede bedrijf

Zodra de planten stevig zijn, kunt u het geheel net boven het groeipunt afsnijden. Geef daarna water aan de wortelzone, zorg voor licht en lucht en gun de planten een korte herstelperiode. Een tweede snede is doorgaans kleiner en trager, vooral wanneer de dagen ondertussen lengen. Beschouw hergroei als een nuttige bonus, niet als een reden om een verouderend gewas tot ver voorbij zijn beste stadium te behouden.

Oogst vroeg op de dag, wanneer het blad nog koel en stevig is. Bewaar spinazie niet nat: gewassen blad moet zorgvuldig worden gedroogd. Houd ook geen doorschietend gewas aan alleen omdat het nog groen oogt. Een oprichtend hart en een dikker wordende centrale stengel kondigen het einde van de beste eetkwaliteit aan. Oogst ruim, verwijder wortels en resten en maak het vak klaar voor de volgende teelt.

Editie zeven / de trap naar doorschieten

Handel terwijl spinazie nog een rozet vormt

Doorschieten is niet altijd een verzorgingsfout, maar de normale overgang van een koel bladgewas naar bloei en zaadvorming. Een serre kan dit versnellen wanneer lange dagen, sterke warmte en droogtestress samen optreden. De oplossing is vooral praktisch: kortere teeltrondes, vroeger luchten, tijdelijke scherming, gelijkmatig water geven en tijdig oogsten. Wat eenmaal duidelijk doorschiet, keert niet terug naar een compacte rozet.

1. Compact hart

Beste fase om te oogsten.

2. Oprichtend hart

Oogst binnen enkele dagen.

3. Stengelvorming

Eindoogst; ruim het vak.

Compact hart: het gewas is op zijn best. Pluk buitenblad of maak een nette volledige snede en plan meteen de volgende kleine zaaironde.Oprichtend hart: nieuwe bladeren worden smaller en staan hoger dan de buitenste rozet. Lucht vroeger, controleer het bodemvocht en oogst binnen dagen in plaats van weken.Stengelvorming: de plant kiest definitief voor bloei; het blad wordt grover en sterker van smaak. Neem een laatste oogst en ruim vervolgens het vak op.

Editie acht / bladkliniek na zonsondergang

Lees het symptoom vóór u naar een middel grijpt

De meeste problemen bij spinazie zijn goed te lezen. Kijk waar het symptoom begint, of een verkleuring tussen nerven ligt, of schade in het bladweefsel loopt en of de onderzijde lang vochtig blijft. Verwijder twijfelachtig blad vroeg, ruim resten op en verbeter eerst het wortel- en luchtmilieu voordat u een beperkt probleem als een noodsituatie behandelt.

Ouder blad

Bleek of geel

Bovenzijde blad

Gele vlekken

In het blad

Gangen of vlekken

Bladrand

Gaten of rafels

Ouder blad: voeding, wortels of natte grond

Egaal verblekend ouder blad kan wijzen op verplaatste voeding, vertraagde groei in koude grond, een te nat wortelmilieu of beperkte wortelruimte. Controleer afwatering, bodemvocht en worteltoestand voordat u extra mest toevoegt. Wanneer alleen de oudste bladeren vergelen en de jonge groei gezond blijft, kan geregeld oogsten en het verbeteren van de groeiomstandigheden volstaan. Blind bemesten maakt een zuurstofarme bodem niet beter.

Gele vlekken: mogelijk valse meeldauw

Controleer de onderzijde van het blad op grijs-paars, donsachtig weefsel. Valse meeldauw krijgt meer kansen wanneer blad lang nat blijft en de luchtvochtigheid hoog is. Verwijder zwaar aangetaste bladeren, creëer open plekken, geef water aan de voet en lucht royaler. Ruim gewasresten op en kies bij toekomstige zaairondes een geschikt resistent ras. Zaai niet onmiddellijk opnieuw even dicht op exact dezelfde plaats.

Gangen en vlekken: bladmineerders

Larven van bladmineerders eten tussen de bladoppervlakken en laten kronkelende gangen of groter wordende, doorschijnende vlekken achter. Knip aangetaste bladeren vroeg weg en verwijder plantenresten en waardplanten rond het teeltvak. Inspecteer regelmatig de onderzijde van jong blad. Een schoon, overzichtelijk bed maakt de eerste schade sneller zichtbaar en voorkomt dat aangetast materiaal onopgemerkt tussen gezonde bladeren blijft liggen.

Rafelige randen: controleer ’s avonds

Controleer bij schemering op slakken en bekijk vochtige randen van bedden, bakken, potten en serre. Houd vloer, paden en werkruimte opgeruimd en beperk onnodig natte schuilplaatsen. Maak onderscheid tussen vraatschade en ziekte voordat u reageert: een rafelige beet of een gat vraagt een andere aanpak dan een gele bladvlek. Een gezond bed hoort fris en aards te ruiken, niet zuur of muf.

Editie negen / afstemmen op België

Laat lokaal licht en uw serretemperatuur de kalender bepalen

Kempen en Ardennen

In open, koudere gebieden vertraagt de groei vroeger dan in zachte stadstuinen. Kies winterharde rassen en zaai in de herfst tijdig genoeg om vóór de donkerste weken een klein maar stevig rozet te vormen. Een onverwarmde serre kan de groei niet onbeperkt voortzetten, maar beschermt wel tegen slagregen en scherpe weerswisselingen. Vliesdoek kan tijdens strenge vorst extra helpen; sluit de serre daarna niet langdurig hermetisch af, want ook een wintergewas heeft lucht nodig.

Centraal België en stedelijke tuinen

Denk in twee sterke vensters: september tot oktober voor herfst en overwintering, en februari tot maart voor een vroege lenteronde. In april kan nog een kleine zaai volgen, maar de overgang van ideaal naar doorschieten gaat dan snel. Een serre tegen een warme gevel vraagt vroeger luchten dan een vrijstaand model. Zaai liever om de tien tot veertien dagen een kleine strook dan één groot vak voor een lange lenteoogst.

Kuststreek en zachte tuinen

Aan de kust en in beschutte tuinen kan de herfstteelt langer doorgaan. De bijdrage van de serre is daar vaak vooral bescherming tegen overvloedige regen en een betere regeling van het vocht. De hoge luchtvochtigheid vraagt tegelijk extra aandacht voor ventilatie. Open ramen en deur wanneer de omstandigheden dat toelaten en bewaak nat blad. Zodra structurele lentewarmte intreedt, maakt spinazie beter plaats voor een gewas dat bij het naderende zomerseizoen past.

Voor tuiniers die een structuur rond zo’n verlengd koelseizoen kiezen, vormt de Klassieke aluminium kas een flexibel uitgangspunt. Reserveer een bereikbaar bed voor snelle bladgewassen, houd de paden helder voor verzorging en oogst, en geef dakventilatie prioriteit voordat het voorjaar onder glas versnelt.

Lezersrubriek / veelgestelde vragen over serrespinazie

Vragen die vóór de volgende zaai het verschil maken

Kan spinazie in een onverwarmde serre groeien?

Ja. Spinazie past goed bij een onverwarmde serre in herfst, winter en vroege lente. Tijdens donkere, koude weken groeit een gevestigd gewas zeer langzaam en kan het bijna stilvallen. Zaai daarom in de herfst vroeg genoeg om vóór die periode een stevig rozet te vormen. Bescherm bij strenge vorst eventueel met vliesdoek, maar vermijd voortdurend warme, vochtige lucht. Verwacht dat de oogst pas duidelijk versnelt wanneer het natuurlijke licht terugkeert.

Welke temperatuur is geschikt voor spinazie onder glas?

Spinazie presteert het best in koele omstandigheden. Als praktische richtlijn verloopt de groei vlot rond 15–20 °C, maar een stabiel, koel klimaat is belangrijker dan het najagen van één exact getal. Vooral temperatuurpieken vragen aandacht. Op een zonnige dag kan de serre veel warmer worden dan de buitenlucht doet vermoeden. In combinatie met lengende lentedagen vergroot die warmte het risico op doorschieten. Lucht dus vroeg en oogst tijdig.

Hoe vaak moet ik spinazie in de serre water geven?

Geef water volgens de toestand van de bodem, niet volgens een vast weekschema. Voel enkele centimeters onder het oppervlak: de grond hoort gelijkmatig vochtig te zijn, nooit drassig of volledig uitgedroogd. Op heldere dagen kan serregrond snel vocht verliezen terwijl het buiten koel blijft. Geef ’s ochtends rustig en grondig aan de wortelzone. Lucht daarna, zodat bladeren, bodemoppervlak en serre vóór de avond kunnen opdrogen.

Kan ik spinazie meer dan één keer oogsten?

Ja. Bij ruim geplante rozetten kunt u herhaaldelijk buitenblad verwijderen terwijl het centrale groeipunt intact blijft. U kunt stevige planten ook net boven het groeipunt afsnijden voor een tweede, meestal kleinere snede. Naarmate de dagen lengen en het gewas doorschiet, neemt de hergroei af. Dichtgezaaide baby leaf geeft vaak één of twee nette snedes, waarna opnieuw zaaien doorgaans betere kwaliteit oplevert.

Waarom komt mijn spinazie in de nazomer niet op?

Een te warm wortelmilieu is een veelvoorkomende oorzaak. Na een zonnige zomer kan serregrond nog lang warmte uitstralen, waardoor kieming traag en onregelmatig verloopt. Wacht op koeler weer, scherm het zaaibed tijdelijk af of start afzonderlijke zaden op een koelere plaats. Gebruik vers zaad, zaai slechts 1–2 cm diep en houd de bovenlaag gelijkmatig vochtig zonder ze te verzadigen. Laat bovendien geen harde korst op het zaaibed ontstaan.

Hoe beperk ik valse meeldauw in de serre?

Kies waar mogelijk een geschikt resistent ras, werk met schone bakken en verwijder aangetaste resten meteen. Geef planten voldoende ruimte en beperk de tijd waarin bladeren nat blijven. Water geven aan de voet heeft de voorkeur boven sproeien over het gewas. Lucht na een gietbeurt en tijdens koel, vochtig weer. Ziet u gele vlekken met grijs-paars dons aan de onderzijde, verwijder dan het aangetaste blad en maak het gewas opener in plaats van dicht te herzaaien.

Winter / lente / herfst

Laat de serre werken voordat de zomer begint

Een serre verdient haar plaats niet alleen door warmteminnende zomergroenten te laten rijpen, maar ook door voedsel uit het koele seizoen mogelijk te maken wanneer de rest van de tuin wacht. Geef spinazie een schoon, bereikbaar bed, voldoende ruimte om te drogen, betrouwbare ventilatie en een helder plan voor opvolgzaai. Zo wordt de oogst een van de rustigste en nuttigste tuinrituelen van het jaar.

Ontdek de aanpasbare, klassiek vormgegeven Klassieke aluminium kas en creëer een overzichtelijke koelseizoensruimte met bruikbare bedden, heldere looplijnen en de ventilatiemogelijkheden die een aandachtige serretuinier nodig heeft.

Klassieke aluminium kas
45% BETERE PRIJS WANNEER U ONLINE KOOPT
Handelen op internet is handig en winstgevend
Vraag ons
Neem contact met ons op
Telefoon:
E-mail:
Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.
Reg.nr.:
38944924
Adres:
Jernbanegade 4 1, 5000 Odense C, Denmark
Sociale media
Volg ons op Instagram, Facebook en Twitter. Daar vind je het laatste nieuws en de beste aanbiedingen van Bloomcabin.
X
Heeft u vragen en wilt u dat wij u terugbellen?
+32