Cookies, inclusief cookies van derden, worden gebruikt om de kwaliteit van de inhoud van deze website te verbeteren en aan te passen aan de behoeften van gebruikers. Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies en met eventuele communicatie als u uw contactgegevens invult in een van de formulieren die op de website moeten worden ingevuld.
Blog

Misvormde aardbeien in de serre: bestuiving of stress?

Misvormde aardbeien in de serre: bestuiving of stress?

Serreteelt

Misvormde aardbeien in de serre doen al snel vermoeden dat de bloemen niet goed bestoven zijn. Dat is een logische mogelijkheid, maar de vruchtvorm alleen is geen sluitend bewijs. Een aardbei ontwikkelt zich uit een bloem met veel afzonderlijke vruchtbeginsels; ook kou, sterke schommelingen in vocht, wortelproblemen of beschadiging kunnen de groei verstoren. De nuttigste aanwijzingen zitten daarom niet alleen in de rijpe vrucht, maar ook in de bloem, de plek in de serre en de rest van de plant. Door die gegevens samen te bekijken, kunt u bestuivingsproblemen en groeistress beter van elkaar onderscheiden.

Klassieke glazen serre.

Welke afwijking ziet u precies?

Beschrijf de afwijking zo concreet mogelijk. Is de bes vooral aan één kant smal, zit er een lege of ingedeukte zone in, blijft de top klein of zijn de bobbels opvallend verschillend? Noteer ook of de vrucht klein is, hard blijft of alleen een onregelmatige omtrek heeft. Die details maken verschil: een scheve vorm wijst niet op hetzelfde als een vrucht die overal klein blijft. Vergelijk de bes met vruchten van hetzelfde ras en ongeveer hetzelfde rijpingsmoment. Rassen verschillen in vorm, en de eerste bes in een bloemtros kan groter zijn dan de latere vruchten.

Bekijk vervolgens waar de afwijkingen voorkomen. Gaat het om één vrucht, één bloemtros, enkele planten of bijna de hele serre? Noteer de rij en de afstand tot een deur, glaswand of ventilatieopening. Een probleem dat telkens op dezelfde plek zit, maakt een plaatselijk klimaat- of bestuivingsprobleem aannemelijker; verspreide afwijkingen kunnen op een bredere teeltfactor wijzen. Geen van beide patronen bewijst de oorzaak, maar ze helpen bepalen waar u verder zoekt. Maak indien mogelijk foto’s van vergelijkbare vruchten en schrijf de datum en de locatie erbij. Zo kunt u bij een volgende oogst nagaan of dezelfde afwijking opnieuw voorkomt bij die plant of in dat deel van de serre.

Hoe bestuiving de vruchtvorm beïnvloedt

De rode aardbei is botanisch een schijnvrucht: het rode vruchtvlees is de verdikte bloembodem, met veel kleine nootjes aan de buitenkant. Die nootjes, de zogenaamde achenen, zijn de eigenlijke kleine vruchten; elk ontwikkelt zich uit een vruchtbeginsel in de bloem. Daarvoor moet stuifmeel op de stempel terechtkomen en moet de bevruchting slagen. De ontwikkelende achenen stimuleren daarna het omliggende weefsel van de bloembodem om uit te zetten. Omdat een bloem veel vruchtbeginsels bevat, moet ze op meerdere punten goed functioneren. Een aardbeibloem kan dus deels vrucht zetten terwijl andere zones achterblijven.

Bij onvoldoende of ongelijkmatige bestuiving blijven sommige achenen en de zones ernaast kleiner. Dat kan een bes opleveren met een smalle zijde, een afgeplatte plek of een onregelmatige punt. Bij een goed gevulde vrucht oogt het vruchtvlees doorgaans gelijkmatiger rond de kleine nootjes. Toch is dat geen sluitende test: wat u aan de rijpe bes ziet, vertelt niet met zekerheid wat er tijdens de bloei gebeurde. Vorst of andere beschadiging kan eveneens delen van dezelfde bloem treffen. Beschouw een misvormde bes daarom als een aanwijzing om de bloei te onderzoeken, niet als bewijs dat de bestuiving is mislukt.

De bloem geeft aanwijzingen vóór de oogst

De bloem is vooral informatief als u haar bekijkt terwijl ze openstaat en opnieuw kort na de bloei. Let op of de bloemen gelijkmatig openen, of één groep later volgt en of het hart van verse bloemen er normaal uitziet. Een aardbeibloem bevat veel meeldraden rond de stampers; voor een goede vruchtzetting moet stuifmeel de stempels bereiken. U hoeft niet elke bloem afzonderlijk te beoordelen. Vergelijk enkele open bloemen op gezonde en aangetaste planten en kijk op verschillende momenten of er insecten langskomen. Weinig zichtbaar bloemenbezoek is een aanwijzing om verder te kijken, maar één observatie zegt op zichzelf weinig.

Let ook op wanneer de bloemen beschadigd raakten. Een koude nacht tijdens de bloei kan kwetsbare bloemdelen aantasten; uit die bloem kan later een vrucht groeien met een zone die achterblijft. Een donker hart is reden om de weersomstandigheden en de ontwikkeling van de bloem na te gaan, maar oude bloemblaadjes verkleuren ook van nature. Vergelijk daarom verse bloemen met bloemen die net uitgebloeid zijn. Bekijk het bloemhart van dichtbij en houd beschadiging van de bloem gescheiden van verkleuring van de bloemblaadjes in uw aantekeningen. Zorg dat u ook de bloemen achteraan in een bed kunt bereiken zonder andere trossen te beschadigen. Dat is een praktisch aandachtspunt bij een nieuwe indeling. Vergelijkt u daarvoor modellen, dan vermeldt de productpagina van de serre in T-vorm uitvoeringen van 16,52 tot 30 m². Teken op uw plattegrond niet alleen de bedden, maar ook de ruimte die u nodig hebt om de bloeiende planten te bekijken.

Bestuivers in een afgesloten serre

Veel aardbeienrassen hebben tweeslachtige bloemen en kunnen in principe met eigen stuifmeel vrucht zetten. Dat betekent niet dat bestuiving vanzelf volledig gebeurt: stuifmeel moet van de meeldraden naar de stempels worden verplaatst. Insectenbezoek en beweging van de bloem kunnen daarbij helpen. In een serre zijn soms minder bestuivers aanwezig dan buiten, zeker wanneer openingen tijdens de bloei weinig toegankelijk blijven. Ga op verschillende momenten kijken, niet alleen midden op de dag. Bijen, hommels en andere insecten kunnen korte bezoeken brengen die u makkelijk mist; noteer herhaaldelijk wat u ziet voordat u besluit dat er geen bezoek is.

Luchtbeweging kan stuifmeel helpen verplaatsen, maar garandeert geen gelijkmatige bestuiving. Kijk of bloemen dicht bij een opening anders reageren dan bloemen achteraan, zonder meteen te besluiten dat de ventilatie de oorzaak is. Maak bij uw waarnemingen onderscheid tussen insecten die alleen door de serre vliegen en insecten die daadwerkelijk bloemen bezoeken. Zo blijft duidelijk waarop uw vermoeden van onvoldoende bestuiving berust. Houd bij een mogelijke aanpassing rekening met de bestaande plantenrijen en de plek van de bloeiende planten. Markeer op een schets waar u bezoek ziet en welke openingen op dat moment openstaan. Wilt u later een andere indeling vergelijken, dan vermeldt de productpagina van de piramidevormige serre uitvoeringen van 5,53 tot 18,9 m². Bekijk naast de oppervlakte ook de plaats van deuren en ventilatieopeningen in de beschikbare modelinformatie; uit de totale oppervlakte kunt u niet afleiden hoe bereikbaar de bloemen voor bestuivers zijn.

Serre met een opberggedeelte.

Het klimaat tijdens de bloei opvolgen

De omstandigheden tijdens de bloei zijn belangrijker voor de vruchtvorm dan het weer op de dag dat u de aardbei plukt. Noteer daarom koude nachten, warme zonnige perioden en langdurig koel of nat weer tijdens de bloei. In een zonnige serre kan de temperatuur op bloemhoogte verschillen van die bij de deur of hoger onder het dak. Eén meting vertelt dus niet automatisch wat alle bloemen ervoeren. Een eenvoudige registratie op plantniveau, gekoppeld aan de bloeidatum, maakt terugkerende patronen zichtbaar. Met één losse meting bewijst u geen oorzaak, maar meerdere metingen helpen wel om een koudeperiode of warme dag met een bepaalde bloeigroep te vergelijken.

Houd ook rekening met vochtige of erg droge omstandigheden. Droogte kan de plant belasten; langdurig koel en nat weer kan de bloei en activiteit van bestuivers afremmen. Bekijk hoe die omstandigheden samenvallen met de bloem- en vruchtontwikkeling. Noteer bij een meting of de serre open of gesloten was en of de bloemen op dat moment in de zon of in de schaduw stonden. Houd metingen op verschillende plaatsen apart, zodat een waarde bij de deur niet wordt toegeschreven aan een bloemtros achteraan. Bij een herindeling kunt u zulke meetplaatsen op de plattegrond aanduiden. De aluminium serre met ingebouwde bergruimte wordt vermeld met een oppervlakte van 5,52 tot 28,08 m². Controleer bij het vergelijken hoe de teelt- en bergruimte in de gekozen uitvoering zijn ingedeeld. Voor uw observaties is vooral van belang waar de planten werkelijk staan; de totale oppervlakte zegt niets over de omstandigheden bij een afzonderlijke bloem.

Water en wortels als mogelijke stressfactor

Waterstress kan kleine vruchten, trage groei en een slappe plant veroorzaken; ze kan ook de ontwikkeling onregelmatig maken. Een kromme bes alleen toont echter niet aan dat de watergift fout was. Voel daarom de grond of potgrond op worteldiepte en kijk of die afwisselend kurkdroog en langdurig nat is. In potten, verhoogde bakken en volle grond verdwijnt vocht niet even snel, dus neem het gietritme van een andere teelt niet zomaar over. Noteer liever wanneer u water gaf en hoe de plant er daarna uitzag. Zo kunt u nagaan of de afwijking samenvalt met perioden waarin de wortelzone te droog of juist te nat was.

Controleer tegelijk of overtollig water weg kan en of de wortelzone niet langdurig zuurstofarm blijft. Een plant die vaak slap hangt of weinig nieuwe bladeren maakt, vraagt meer aandacht dan één afwijkende vrucht; ook zulke signalen kunnen verschillende oorzaken hebben. Geef niet automatisch meer water wanneer de bladeren slap hangen: bij natte grond kan extra water de wortelproblemen verergeren. Controleer verschillende plaatsen, want een droge hoek kan naast een gezonde rij liggen. Vergelijk daarbij de toestand vóór de watergift met die erna en noteer welke potten of bedden u hebt gecontroleerd. Zo voorkomt u dat één gemakkelijk bereikbare pot als maatstaf voor de hele serre dient. Bij het uittekenen van nieuwe bedden is de bereikbaarheid voor watergift en controle een concreet aandachtspunt. De Bloomcabin Prestige-serre wordt vermeld met uitvoeringen van 3,77 tot 28,08 m². Gebruik die oppervlakte als uitgangspunt voor een indelingsschets waarop u ook de toegang tot alle wortelzones aangeeft.

Voeding en vruchtbelasting beoordelen

Voeding is een mogelijke factor, maar extra mest is geen standaardreactie op misvormde aardbeien. Een overmaat aan stikstof kan veel bladgroei stimuleren ten koste van bloei en vruchten; tekorten of een ongunstige voedingsbalans kunnen de plant eveneens verzwakken. De vorm van één bes toont geen specifiek tekort aan. Kijk naar de hele plant: bladkleur, nieuwe groei, het aantal bloemen, de wortelconditie en terugkerende problemen over meerdere oogsten. Als verschillende signalen samen optreden, laat dan de bodem of het substraat beoordelen voordat u een voedingsstof toevoegt. Bij potteelt kunnen eerdere bemesting en de samenstelling van het substraat mee bepalen welke voedingsstoffen beschikbaar zijn.

Ook de vruchtbelasting van een plant beïnvloedt de vruchtgrootte. Een plant die veel vruchten tegelijk draagt, kan kleinere bessen maken; dat is iets anders dan een bes waarvan één zijde duidelijk achterblijft. Vergelijk daarom niet alleen de grootste en kleinste bes, maar ook het aantal vruchten aan de planten waarvan ze afkomstig zijn. Noteer of afwijkingen vooral voorkomen bij zwakke planten of even vaak bij krachtige planten. Houd gegevens over afzonderlijke bedden of potgroepen apart als ze anders worden bemest. Anders kan een verschil in verzorging verdwijnen in één algemeen oordeel over de serre. Verander voeding en water niet tegelijk, zodat u het effect beter kunt beoordelen. Denkt u aan uitbreiding, dan vermeldt de Bloomcabin Orangerie uitvoeringen van 47 tot 70 m². Breng op een indelingsplan ook de afzonderlijke teeltgroepen en hun verzorging in kaart. Meer oppervlakte vertelt op zichzelf niets over de voedingstoestand van de planten.

Kou, beschadiging en raseigenschappen herkennen

Niet elke misvormde bes komt door bestuiving of algemene groeistress. Vorstschade aan een bloem, mechanische beschadiging, insectenvraat en verschillen tussen rassen kunnen vergelijkbare vormen geven. Kijk daarom naar meer dan de omtrek: ziet u ruwe of bronskleurige plekjes, littekens, beschadigde bloemknoppen of sporen van vraat? Inspecteer bloemen en jonge vruchten bij goed licht. Zulke kenmerken maken beschadiging aannemelijker, maar wijzen niet zonder meer op een bepaalde plaag. Het ontbreken van zichtbaar bloemenbezoek veroorzaakt op zichzelf geen vraatsporen; dat verschil kan helpen om de volgende controle gerichter te kiezen.

Vergelijk vruchten van hetzelfde ras en ongeveer dezelfde leeftijd, en kijk ook naar planten zonder klachten. Als afwijkingen telkens bij hetzelfde ras voorkomen, kan de typische vruchtvorm een deel van de verklaring zijn. Verschijnen ze plots overal, zoek dan ook naar een verandering die meerdere planten treft, zoals het klimaat of de verzorging. Houd foto's van de volledige vrucht en van eventuele beschadigde plekken bij elkaar. Zo blijft het onderscheid tussen een afwijkende vorm en een zichtbaar letsel behouden. Noteer insecten die u ziet, maar gebruik geen bestrijdingsmiddel op basis van een misvormde bes alleen. Zorg bij een herindeling dat ook lage en achterste trossen zichtbaar en bereikbaar blijven voor inspectie. De productpagina van de klassieke aluminium serre vermeldt uitvoeringen van 3,77 tot 28,08 m². Leg die maten naast uw teeltplan en bekijk waar u tussen de planten kunt staan om bloemen en jonge vruchten te onderzoeken.

Orangerieserre, van buitenaf gezien.

Bloeigroepen en serreplekken vergelijken

Een eenvoudige diagnose werkt beter als u één hypothese tegelijk toetst. Kies bijvoorbeeld enkele gezonde en enkele aangetaste planten van hetzelfde ras. Noteer per groep de bloeidatum, de locatie, temperatuurmetingen, waargenomen bestuivers en de vochttoestand. Bekijk daarna de eerste kenmerken van de jonge vruchten. Zet een plantlabel bij de tros of plant, zodat u later weet bij welke bloeigroep de vrucht hoort. U hoeft geen ingewikkeld meetprogramma te maken: dezelfde observaties op vaste momenten leveren meer informatie op dan veel losse details zonder datum of plaats.

Vergelijk de groepen nadat de vruchten zich ontwikkeld hebben. Als vooral bloemen op een koele of afgesloten plek afwijkende bessen geven terwijl de planten verder gezond zijn, onderzoek dan de bestuiving en de plaatselijke omstandigheden. Als ook het blad achteruitgaat en de planten klein blijven, bekijk water, wortels en voeding breder. Houd in uw overzicht onderscheid tussen de bloeigroep en de standplaats: bloemen die op verschillende dagen opengingen, hebben niet noodzakelijk dezelfde omstandigheden meegemaakt. Noteer wat u tijdens een volgende bloeiperiode verandert en laat de rest zo veel mogelijk gelijk. Bewaar de oorspronkelijke indelingsschets wanneer u planten verplaatst, zodat u oude en nieuwe waarnemingen niet door elkaar haalt. Overweegt u een andere teeltplek, dan vermeldt de productpagina van de aluminium muurserre uitvoeringen van 3,69 tot 14,34 m². Teken ook voor die mogelijke opstelling de afzonderlijke observatieplaatsen in, in plaats van de hele serre als één uniforme teeltplek te behandelen.

Wat u bij de volgende bloei kunt bijsturen

Ziet u weinig bloemenbezoek, dan kunt u de volgende open bloemen voorzichtig met de hand bestuiven. Gebruik een klein, zacht penseel en verplaats stuifmeel licht tussen de meeldraden en stempels. Probeer dat bij een beperkte, gemarkeerde groep en vergelijk de vruchten met bloemen die u niet met de hand hebt bestoven. Werk voorzichtig: als u het bloemhart beschadigt, wordt de vergelijking minder bruikbaar. Handbestuiving kan helpen testen of de overdracht van stuifmeel meespeelt, maar garandeert geen perfecte vrucht. Ze herstelt ook geen schade die al tijdens de knopvorming of door vorst is ontstaan.

Merkt u tegelijk stress op, pas dan één controleerbaar punt aan: vermijd grote schommelingen in vocht, bekijk de wortelzone of laat de bodem of het substraat beoordelen voordat u voeding bijstuurt. Bij schade die telkens op één plek zit, kan het nuttig zijn om schaduw, koudeval of luchtverversing na te gaan. Beoordeel een aanpassing aan de hand van de vruchten uit de volgende bloei; al gevormde bessen zijn daarvoor geen bruikbare maatstaf. Een vergelijking waarbij de afwijking blijft bestaan, helpt eveneens om uw vermoeden bij te stellen. Verander daarom niet meteen de volledige opstelling. Als u na herhaalde waarnemingen een andere serre overweegt, vermeldt de productpagina van de aluminium Limited Edition-serre uitvoeringen van 3,77 tot 18,84 m². Beschrijf eerst welk probleem uw huidige indeling oplevert en welke ruimte u nodig hebt om dat aan te pakken. Daarmee vergelijkt u een concrete opstelling, in plaats van een ander model als oplossing voor misvormde aardbeien te beschouwen.

Veelgestelde vragen

Betekent een scheve aardbei altijd dat de bloem niet goed bestoven is?

Nee. Onvolledige bestuiving is een mogelijke oorzaak, vooral als delen van de vrucht achterblijven. Vorst tijdens de bloei, beschadiging, waterstress en verschillen tussen rassen kunnen ook een onregelmatige vorm geven.

Hebben aardbeien een tweede ras nodig voor de bestuiving?

Voor veel gangbare aardbeienrassen is een tweede ras niet automatisch nodig: de bloemen zijn doorgaans tweeslachtig en kunnen met eigen stuifmeel vrucht zetten. Het stuifmeel moet wel bij de stempels terechtkomen; controleer bij twijfel de informatie over uw ras.

Kan handbestuiving een misvormde bes nog herstellen?

Nee. Een vrucht die al groeit, krijgt daardoor geen nieuwe vorm. U kunt handbestuiving wel bij volgende open bloemen proberen en die vruchten vergelijken met bloemen die u niet met de hand bestuift.

Moet ik extra mest geven bij kleine of misvormde aardbeien?

Niet op basis van de vruchtvorm alleen. Extra mest kan een bestaande voedingsbalans verstoren. Kijk ook naar blad, wortels en groei en laat bij terugkerende problemen de bodem of het substraat beoordelen.

Wanneer is verder onderzoek naar de oorzaak zinvol?

Als de misvorming bij meerdere planten of oogsten terugkomt, of samengaat met bladverkleuring, zwakke groei of zichtbare schade, zijn gerichte bodem- of substraatcontrole en advies van een ervaren fruitteler of tuinbouwdeskundige nuttig.

Let eerst op het patroon, niet op één afwijkende bes. Achterblijvende zones in vruchten kunnen passen bij een bestuivingsprobleem, vooral als er tijdens de bloei aanwijzingen waren voor een onvolledige overdracht van stuifmeel. Vallen de misvormingen samen met zwakke groei, bladproblemen of wisselende vochtigheid, onderzoek dan ook stressfactoren, wortels en voeding. Vergelijk bloemen, planten en plaatsen in de serre over meerdere oogsten. Zo kunt u een vermoeden gericht toetsen, zonder meteen extra mest toe te dienen of de volledige teelt aan te passen.

45% BETERE PRIJS WANNEER U ONLINE KOOPT
Handelen op internet is handig en winstgevend
Vraag ons
Neem contact met ons op
Telefoon:
E-mail:
Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.
Reg.nr.:
38944924
Adres:
Thriges Plads 6, 5000 Odense C, Denmark
Sociale media
Volg ons op Instagram, Facebook en Twitter. Daar vind je het laatste nieuws en de beste aanbiedingen van Bloomcabin.
X
Heeft u vragen en wilt u dat wij u terugbellen?
+32
−
✖