Cookies, inclusief cookies van derden, worden gebruikt om de kwaliteit van de inhoud van deze website te verbeteren en aan te passen aan de behoeften van gebruikers. Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies en met eventuele communicatie als u uw contactgegevens invult in een van de formulieren die op de website moeten worden ingevuld.
Blog

Hoe kiest u schaduwdoek voor uw serre?

Hoe kiest u schaduwdoek voor uw serre?

Teelt en licht

Een schaduwdoek kiest u niet op basis van één percentage op de verpakking. Bepaal eerst hoeveel licht uw gewas volgens een betrouwbare teeltrichtlijn nodig heeft en meet daarna waar, wanneer en hoeveel licht de planten in uw serre ontvangen. Pas dan kunt u de vermelde lichtreductie en de plek van het doek beoordelen. Zo voorkomt u dat u een heel teeltvak onnodig verduistert of een lichtpiek op de verkeerde plaats probeert op te lossen.

T-vormige serre in een tuin, van buitenaf gezien.

De lichtbehoefte van uw teelt

Een schaduwdoek kiest u niet op basis van één algemeen advies, zoals ‘40 procent’. De passende lichtreductie hangt af van het gewas, de cultivar, het groeistadium en de hoeveelheid licht die de bladeren al ontvangen. Zaailingen, bladgewassen en vruchtgewassen hebben niet automatisch dezelfde behoefte; ook binnen één gewas lopen teeltrichtlijnen uiteen. Raadpleeg daarom de aanbeveling voor de concrete soort in een betrouwbare teeltfiche of bij uw zaadleverancier. Kijk daarbij naar de grootheid en de eenheid: gaat het om lichtintensiteit op een bepaald moment, om een dagelijkse lichtsom of alleen om een algemene omschrijving als ‘lichte stand’? Een doekpercentage kan die informatie niet vervangen. Schrijf per teeltvak op welke richtlijn u gebruikt en voor welk groeistadium ze geldt. Geeft de fiche een bereik, neem dan zowel de ondergrens als de bovengrens over. Zo blijft bij de vergelijking zichtbaar of u alleen een hoge lichtwaarde wilt beperken of ook moet nagaan of er na beschaduwing nog genoeg licht overblijft.

Formuleer vervolgens waarvoor u wilt beschaduwen. Gaat het om een lichtpiek op zonnige middagen, om een bed aan één zijde van de serre of om een gewas dat volgens de teeltfiche gedurende langere tijd minder licht vraagt? Noteer welke planten er staan, hoe oud ze zijn en of u ze kunt verplaatsen. Een verkleurd blad of een slappe plant is op zichzelf geen bewijs dat er te veel licht is; ook water, voeding, wortelruimte en temperatuur kunnen meespelen. Wie de serre nog plant, kan de oppervlakte van de aluminium serre met ingebouwde opslagruimte als kader voor een teeltplattegrond gebruiken. Teken de teeltvakken op de gekozen uitvoering: de totale oppervlakte alleen zegt niet waar schaduw nodig is.

Kies een meetmethode die bij het gewasadvies past

Gebruik bij voorkeur een lichtmeting die aansluit bij het advies voor uw gewas. PAR verwijst naar het voor fotosynthese relevante lichtbereik; PPFD geeft aan hoeveel fotonen uit dat bereik op een bepaald oppervlak vallen op een bepaald moment. De dagelijkse lichtsom, vaak aangeduid als DLI, vat het licht over een volledige dag samen. U hoeft niet elk begrip technisch uit te pluizen, maar vergelijk wel dezelfde grootheid: een momentmeting zegt niet hoeveel licht de plant gedurende een hele dag kreeg. Noteer daarom bij het gewasadvies en bij uw meting de gebruikte eenheid. Kijk vóór u een meettoestel kiest welke gegevens het weergeeft en of die passen bij uw vergelijking. Een toestel dat alleen een momentwaarde toont, levert niet vanzelf het dagtotaal dat een DLI-richtlijn vraagt. Houd in uw notities de oorspronkelijke meetwaarden bij en vermeld afzonderlijk welke vergelijking u ermee maakt. Zo kunt u later nog zien waarop uw keuze voor een doek berustte.

Een luxmeter of smartphone kan bruikbaar zijn om relatieve verschillen te zien, bijvoorbeeld tussen twee plaatsen of vóór en na het aanbrengen van doek. Lux is afgestemd op menselijke waarneming en kan niet zonder meer naar PPFD of DLI worden omgerekend. Meet telkens met hetzelfde toestel, in dezelfde stand en op dezelfde hoogte. Bij de Bloomcabin Prestige-serre vermeldt de productpagina uitvoeringen van 3,77 tot 28,08 m²; gebruik de maat van de gekozen uitvoering om vaste meetpunten te plannen. Bepaal hun plaats vervolgens aan de hand van de teeltvakken, niet alleen van de totale oppervlakte.

Breng de lichtsituatie vóór het plaatsen in kaart

Meet eerst zonder doek, ter hoogte van de bladeren die u wilt beschermen. Een meting vlak onder het dak of tegen een zijwand vertelt niet automatisch hoeveel licht een plant ontvangt. Kies vaste punten in elke relevante teeltzone, bijvoorbeeld in het midden van een bed en aan een rand waar het licht zichtbaar verschilt. Noteer per meetpunt welk gewas er staat. Houd bij herhaalmetingen de sensor op dezelfde hoogte en in dezelfde richting; een andere meetopstelling kan anders een verschil suggereren dat niet door het doek komt. Een eenvoudige schets met genummerde meetpunten maakt de metingen beter vergelijkbaar. Geef elk punt een herkenbare plaats ten opzichte van het bed of de potten, zodat u het zonder twijfel terugvindt. Vermeld ook de meetpositie bij planten van verschillende hoogtes. Wanneer u later opnieuw meet, kunt u zo nagaan of u werkelijk dezelfde plek vergelijkt of intussen op een ander niveau tussen de bladeren meet.

Herhaal de metingen op verschillende momenten van de dag en bij meer dan één soort bewolking. Een meting in volle zon geeft een ander beeld dan een meting bij bewolkt weer; noteer die omstandigheden in plaats van ze ongemerkt samen te voegen. Schrijf ook datum, uur, groeistadium en eventuele schaduw van gebouwen of bomen op. Temperatuur en relatieve luchtvochtigheid kunnen als context in hetzelfde logboek staan, maar zijn geen lichtmetingen. Voor de ruimtelijke serre worden uitvoeringen van 47 tot 70 m² vermeld. Ook daar hangt het aantal meetpunten af van de spreiding van de teeltzones, niet automatisch van het aantal vierkante meters.

Controleer wat het schaduwpercentage precies aangeeft

Lees de omschrijving van het doek voordat u percentages vergelijkt. Een vermelding kan aangeven hoeveel licht wordt tegengehouden, terwijl een andere fiche de lichtdoorlaat vermeldt. Dat zijn geen uitwisselbare aanduidingen: als een doek volgens de beschrijving 30% van het invallende licht tegenhoudt, betekent dat iets anders dan een product dat 30% licht doorlaat. Controleer dus of het percentage schaduw, reductie of transmissie bedoelt, en kijk of er uitleg is over de meetmethode. Is de betekenis onduidelijk, behandel het cijfer dan als een globale aanduiding en vraag om verduidelijking voordat u het vergelijkt met de behoefte van uw gewas.

Een meting in de serre helpt om de opgegeven werking in uw eigen situatie te beoordelen. Als dezelfde sensor op vergelijkbare momenten vóór het doek 20.000 lux en erna 12.000 lux aangeeft, is de gemeten luxwaarde op die plek 40% lager. Dat zegt alleen iets over die meetomstandigheden en die luxmeter; het bewijst niet dat de dagelijkse lichtsom ook 40% lager is of dat de plant voldoende licht krijgt. De productpagina van de klassieke aluminium serre vermeldt uitvoeringen van 3,77 tot 28,08 m², maar een serreoppervlakte geeft geen informatie over de lichtdoorlaat van een afzonderlijk doek.

Tweede aanzicht van een T-vormige serre.

Vergelijk de metingen met een teeltdoel

Vergelijk het gewasadvies met de situatie in uw serre. Ligt de gemeten lichtwaarde op relevante uren boven het advies, kijk dan of dat alleen op bepaalde momenten gebeurt of gedurende een groot deel van de dag. Bij een richtlijn in DLI volstaat een korte piekmeting niet: u hebt een dagtotaal nodig. Bij een richtlijn voor PPFD moet u juist naar representatieve momenten en het groeistadium kijken. Kies vervolgens een doek waarvan de opgegeven werking aansluit bij de gewenste lichtreductie en controleer het resultaat met metingen. Als het teeltdoel niet duidelijk is, bestaat er geen zinvolle manier om één standaardpercentage voor alle gewassen te kiezen. Zet bij uw vergelijking het meetpunt, de gemeten waarde en de bijbehorende richtlijn naast elkaar. Vermeld ook of het om een momentwaarde of een dagtotaal gaat. Beoordeel elk relevant teeltvak afzonderlijk voordat u een doek voor meerdere vakken kiest. Daarmee voorkomt u dat één hoge meting de keuze bepaalt voor alle planten in de serre.

Bij meerdere gewassen kan één vaste keuze een compromis zijn. Een doek dat bij het ene bed past, kan een ander vak onnodig donker maken. Bekijk daarom of u lokaal kunt beschaduwen, planten kunt verplaatsen of de teeltindeling kunt aanpassen. Meet niet alleen op een zonnige piek: een doek dat die afvlakt, kan tegelijk het licht op andere momenten verminderen. Wie een doek plant voor een muurkas, controleert ook de afmetingen van de gekozen uitvoering. Leg op de plattegrond vast welke gewassen onder het doek zouden staan en welke erbuiten blijven. Zo ziet u voor welke teelten u het effect moet beoordelen.

Beschaduw alleen de zones die het nodig hebben

Een serre met verschillende teelten hoeft niet overal even donker te zijn. Leg uw meetkaart over de plattegrond en markeer welke bedden boven hun gewenste lichtniveau uitkomen, op welke momenten dat gebeurt en van welke zijde het licht binnenvalt. Zo wordt duidelijk of een volledige zone of slechts een deel van een bed aandacht vraagt. Een doek over de hele serre kan eenvoudig lijken, maar vermindert ook het licht bij planten die geen beschaduwing nodig hebben. Maak uw keuze daarom op basis van de verdeling van gewassen en metingen, niet alleen van een gemiddelde waarde voor de hele ruimte.

Plan de grenzen van gedeeltelijke beschaduwing aan de hand van de plekken waar de planten staan en de lichtvlekken die u hebt waargenomen. Die vlekken verschuiven doorheen de dag; de schaduw van een smalle strook doek kan daardoor naast het bedoelde bed vallen. Controleer op verschillende tijdstippen of ook de lichtwaarden bij naburige teelten veranderen. Voor de aluminium Limited Edition-serre vermeldt de productpagina uitvoeringen van 3,77 tot 18,84 m². Teken op het plan van uw gekozen uitvoering zowel het bedoelde schaduwvlak als de aangrenzende teeltvakken. Houd die grenszones herkenbaar op uw meetkaart, zodat u na de plaatsing ook daar het effect kunt volgen.

De zonnestand en de plaats van het doek

De plek waar een schaduwdoek effect heeft, hangt mee af van de richting waarin het licht binnenvalt op het uur dat uw gewas te veel licht krijgt. Teken daarom op enkele vaste momenten op een heldere dag aan waar rechtstreeks licht valt en waar de meetwaarden oplopen. Herhaal die observatie later in het seizoen als u dan ook beschaduwing nodig hebt: de zonnestand en de duur van de instraling veranderen. Bomen, muren en andere structuren kunnen bovendien plaatselijke schaduw geven. Een doek dat op één middag goed ligt, is dus niet automatisch de juiste keuze voor de volledige teeltperiode.

Noteer op uw teeltkaart waar de planten en looproutes staan, en waar ramen of andere bewegende delen zitten. Een doek mag een opening niet blokkeren en moet verenigbaar zijn met de aanwijzingen van de fabrikant; de juiste bevestiging hangt af van uw serre en het gekozen doek. De productpagina van de T-vormige orangerie vermeldt uitvoeringen van 16,52 tot 30 m². Gebruik het plan van uw gekozen uitvoering om de waargenomen lichtzones aan te duiden. Vermeld daarbij het tijdstip van de waarneming en de positie van het geplande doek. Zo kunt u beoordelen of die plaats overeenkomt met de zone die u op het gewenste uur wilt beschaduwen.

Houd rekening met teeltwissels en seizoenen

De lichtbehoefte verandert wanneer planten groter worden, een volgende teelt start of potten naar een andere plek gaan. Een doek dat op één moment passend is, kan later meer licht wegnemen dan nodig. Denk daarom na over hoe lang u het wilt gebruiken: blijft het alleen tijdens een bepaalde periode hangen, of wordt een deel van de serre het hele seizoen beschaduwd? Een verplaatsbare oplossing is alleen praktisch als u ze veilig kunt bedienen en de serre de gekozen bevestiging toelaat. Controleer daarvoor de productinformatie; ga er niet van uit dat elk doek met elk serremodel of bewegend raam samengaat.

Maak uw plan zo dat u een teeltvak kunt aanpassen zonder de volledige beschaduwing opnieuw te moeten bepalen. Voor de piramidekas Bloomcabin Oasis vermeldt de productpagina uitvoeringen van 5,53 tot 18,9 m². Werk op het plan van uw gekozen uitvoering uit welke vlakken u wilt beschaduwen en controleer de toegelaten bevestiging voor uw combinatie. Bewaar bij een wijziging ook de vorige teeltindeling en doekpositie in uw notities, samen met de datum en het gewasstadium. Dat maakt zichtbaar welke vergelijking nog zinvol is en welke metingen bij een eerdere teelt of opstelling horen.

Buitenzijde van een zeshoekige serre.

Controleer afmetingen, bevestiging en toegang

Controleer vóór aankoop hoe groot de vlakken zijn die u wilt beschaduwen en welke vrije zones uw ontwerp nodig heeft. Bepaal de doekmaat niet op basis van de serreoppervlakte alleen: de vorm en afmetingen van de relevante delen moeten uit uw eigen serreplan of handleiding komen. Kijk op de productfiche van het doek naar de opgegeven maten, de betekenis van het percentage en de manier waarop het product volgens de fabrikant bevestigd moet worden. Ontbreekt die informatie, vraag dan om uitleg voordat u bestelt. Zo voorkomt u dat een doek met het gewenste percentage toch niet bij uw serre past.

Bekijk ook of het doek ramen, deuren, ventilatieopeningen of de toegang tot planten zou hinderen. Volg de handleiding van zowel de serre als het doek. Laat twijfel over bevestigingspunten of de combinatie beoordelen door een deskundige; de mogelijkheden verschillen per constructie. Deze controle bepaalt niet hoeveel licht het doek tegenhoudt, maar wel of de gekozen plaatsing het dagelijkse gebruik belemmert. Houd de maat van het doek en de lichtreductie dus als twee afzonderlijke aankoopvragen bij: beide moeten kloppen.

Meet na plaatsing opnieuw

Na de plaatsing beoordeelt u het effect met hetzelfde meetraster, dezelfde sensorhoogte en vergelijkbare tijdstippen als voordien. Noteer opnieuw het weer, de doekpositie en het gewasstadium. Vergelijk de uitkomst met de teeltrichtlijn, niet met een algemeen ideaalpercentage. Een lagere waarde op een zonnige middag kan gewenst zijn terwijl het dagtotaal nog te laag uitkomt; omgekeerd kan een kleine daling onvoldoende zijn op de plek met de hoogste lichtpiek. Houd temperatuur en luchtvochtigheid waar nuttig in hetzelfde logboek bij, maar beoordeel ze als aparte waarnemingen.

Krijgt een zone nog te veel licht, controleer dan eerst of de schaduw van het doek de gemeten plek bereikt en of de omstandigheden voldoende vergelijkbaar waren. Is er te weinig licht, bekijk dan of een kleiner beschaduwd oppervlak, een kortere gebruiksperiode of een andere oplossing mogelijk is; volg daarbij de aanwijzingen van de fabrikant. Verander één aspect tegelijk en noteer de datum en het effect. Benoem de wijziging concreet, bijvoorbeeld als een verplaatsing van het doek of een vermindering van het bedekte oppervlak. Meet vervolgens ook op de punten die u niet wilde veranderen. Daarmee ziet u of de aanpassing alleen de bedoelde zone beïnvloedt of ook gevolgen heeft voor andere teeltvakken. Vergelijk metingen niet rechtstreeks als het gewas, de sensor of het weer wezenlijk veranderd is. Zo kunt u gerichter bijsturen dan wanneer u telkens op basis van een indruk een nieuw percentage kiest.

Veelgestelde vragen

Welk schaduwpercentage heb ik nodig voor mijn serre?

Er is geen percentage dat voor alle gewassen en serres klopt. Zoek eerst de lichtbehoefte van uw gewas op en vergelijk die met metingen op de plek waar de planten groeien. Gebruik het percentage op de productfiche als uitgangspunt, niet als garantie voor een bepaalde lichtwaarde.

Kan ik met een luxmeter het licht in mijn serre meten?

Een luxmeter kan relatieve verschillen tonen, bijvoorbeeld tussen twee plekken of vóór en na het aanbrengen van doek. Lux is afgestemd op het menselijk oog en is geen rechtstreekse maat voor plantenlicht. Voor een vergelijking met een teeltrichtlijn kiest u bij voorkeur een meetmethode die dezelfde grootheid gebruikt.

Moet schaduwdoek de hele serre bedekken?

Niet noodzakelijk. Als metingen aantonen dat slechts één teeltvak of zone te veel licht krijgt, kan volledige beschaduwing andere planten onnodig donker zetten. Breng eerst in kaart waar de gewassen staan en wanneer de lichtwaarden daar boven hun richtlijn uitkomen.

Wanneer meet ik het effect van het doek?

Meet vóór en na de plaatsing op dezelfde punten, met hetzelfde toestel en op vergelijkbare tijdstippen. Noteer ook het weer en het groeistadium. Herhaal de metingen als de planten verhuizen, de teelt verandert of u het doek verplaatst.

Vervangt schaduwdoek de ventilatie in de serre?

Nee. Schaduwdoek verandert de hoeveelheid licht die de teeltzone bereikt, maar is geen vervanging voor ventilatie. Houd lichtmetingen en temperatuurwaarnemingen daarom apart bij en controleer de ventilatie volgens de handleiding van uw serre.

Een passend schaduwdoek volgt de lichtbehoefte van uw gewas en de metingen in uw eigen serre, niet één getal dat overal zou gelden. Door vóór en na plaatsing op vaste punten te meten, kunt u zowel het percentage als de beschaduwde zone beoordelen. Verandert de teelt of het seizoen, kijk dan opnieuw naar de lichtverdeling. Zo blijft de beschaduwing afgestemd op de planten die er op dat moment staan.

45% BETERE PRIJS WANNEER U ONLINE KOOPT
Handelen op internet is handig en winstgevend
Vraag ons
Neem contact met ons op
Telefoon:
E-mail:
Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.
Reg.nr.:
38944924
Adres:
Thriges Plads 6, 5000 Odense C, Denmark
Sociale media
Volg ons op Instagram, Facebook en Twitter. Daar vind je het laatste nieuws en de beste aanbiedingen van Bloomcabin.
X
Heeft u vragen en wilt u dat wij u terugbellen?
+32
−
✖