Cookies, inclusief cookies van derden, worden gebruikt om de kwaliteit van de inhoud van deze website te verbeteren en aan te passen aan de behoeften van gebruikers. Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies en met eventuele communicatie als u uw contactgegevens invult in een van de formulieren die op de website moeten worden ingevuld.
Blog

Tomaten bloeien, maar geven geen vruchten in de serre

Tomaten bloeien, maar geven geen vruchten in de serre

Tomatenproblemen in de serre

Tomaten kunnen in een serre volop gele bloemen vormen zonder dat er kleine tomaten verschijnen. Dat is frustrerend, maar het betekent niet automatisch dat u iets verkeerd doet. De vruchtzetting reageert vooral op omstandigheden tijdens de bloei: temperatuur en luchtvochtigheid kunnen het stuifmeel beïnvloeden, terwijl stilstaande lucht, waterstress of een onevenwichtige plantgroei ook meespelen. Door eerst de bloem te bekijken en daarna stap voor stap de omgeving te controleren, vermijdt u onnodig bijmesten of ingrijpende maatregelen.

Klassieke serre van glas

Vruchtzetting herkennen aan de bloem

Een verdorde bloem betekent niet automatisch dat er geen tomaat komt. Kijk vlak achter de bloem, onder de kelk: bij vruchtzetting blijft daar een klein groen bolletje zitten dat geleidelijk dikker wordt. De gele bloemblaadjes kunnen daarna verdrogen en afvallen; dat is normaal. Bij mislukte vruchtzetting droogt soms de hele bloem uit, wordt de bloemsteel geel of valt de bloem af zonder dat het vruchtbeginsel zichtbaar groeit. Volg dus niet alleen de bloemblaadjes, maar ook de steel en de verdikking achter de bloem. Bekijk binnen dezelfde tros zowel pas geopende als uitgebloeide bloemen. Zo maakt u onderscheid tussen bloemen die nog aan het begin van de bloei staan en bloemen waarbij u al naar een groeiend vruchtje kunt zoeken. Een foto van dezelfde tros op verschillende dagen maakt die vergelijking eenvoudiger, vooral wanneer de vruchtjes nog klein zijn.

Beoordeel niet één bloem op één moment. Noteer wanneer een bloemtros openbloeit en kijk er enkele dagen later opnieuw naar. Als bloemen op verschillende planten ongeveer tegelijk afvallen, kan een gedeelde omstandigheid zoals warmte of vochtige lucht meespelen. Bij één plant of één enkele tros kunnen ook plaatselijke schaduw, beschadiging of een verschil in plantgroei een rol spelen. Vergelijk planten van hetzelfde ras en in dezelfde rij, zodat u een patroon ziet in plaats van een losse aanwijzing.

Temperatuur meten bij de bloemtrossen

Tomaten zijn gevoelig voor langdurige temperatuuruitersten tijdens de bloei. Warmte boven ongeveer 30–32 °C overdag, nachten boven circa 21–22 °C of koude nachten rond of onder 13 °C kunnen de vorming, het vrijkomen of de werking van stuifmeel verstoren. Dat zijn richtwaarden, geen harde grens: ras, duur en moment in de bloemontwikkeling maken verschil. Een korte piek is niet hetzelfde als dagenlang te warm weer, en ook een aangename middag zegt niets over de temperatuur die nacht.

Gebruik een minimum-maximumthermometer op hoogte van de bloemtrossen. Hang die uit rechtstreeks zonlicht en niet vlak tegen het glas; anders meet u mogelijk vooral de opwarming van de meter zelf. Een meting hoog onder het dak kan ook verschillen van de temperatuur tussen de planten. Lees de meter telkens op een vergelijkbaar moment af en noteer op welke periode de minimum- en maximumwaarden betrekking hebben. Houd ook bij wanneer deuren of ramen openstonden. Zo kunt u een hoge waarde naast uw verluchting leggen, in plaats van alleen vast te stellen dat het warm was. Als de cijfers herhaaldelijk uitschieters tonen, kijk dan eerst of u de bestaande verluchtingsopeningen tijdig gebruikt. Bij een toekomstige herinrichting kunt u de beschikbare oppervlaktes van de T-vormige orangerieserre vergelijken met uw gewenste indeling. Neem daarbij de plaats van de bloemtrossen en de toegang tot ramen mee; uit de modelmaat alleen kunt u het plaatselijke temperatuurverloop niet afleiden.

Hoge luchtvochtigheid en weinig luchtbeweging

Temperatuur is maar een deel van het verhaal. In zeer vochtige, stilstaande lucht kan stuifmeel samenklonteren of moeilijker loskomen. Condens op het glas of vochtige planten in de ochtend wijzen erop dat er vochtige perioden zijn geweest, maar vertellen niet precies hoe hoog de luchtvochtigheid was wanneer de bloemen openstonden. Ook de plek telt: tussen dicht opeengegroeide planten kan de lucht vochtiger blijven dan bij een deuropening.

Let daarom op zowel luchtvochtigheid als luchtbeweging. Een eenvoudige meter op bloemhoogte kan helpen om waarnemingen op verschillende momenten te vergelijken. Noteer of u meet bij een open deur, tussen het blad of in een afgesloten serre. Die omstandigheden zijn nodig om de waarden zinvol naast elkaar te leggen. Vergelijk bijvoorbeeld de ochtend met een later moment waarop u hebt verlucht, zonder uit één meting meteen een oorzaak af te leiden. Verlucht wanneer de omstandigheden dat toelaten en vermijd dat de planten voortdurend in een afgesloten, vochtige ruimte staan. Kijk daarbij niet alleen naar de open ramen, maar ook naar dicht bladerdek rond de trossen. Als u een andere serre overweegt, kunt u bij de serre van het piramidetype nagaan welke verluchtingsmogelijkheden de gekozen uitvoering heeft. Beoordeel hoe die in uw geplande opstelling gebruikt kunnen worden; de vorm van een model is op zichzelf geen maat voor de luchtverversing tussen uw planten.

Tomatenbloemen bestuiven in een beschutte serre

Een tomatenbloem bevat doorgaans zowel de mannelijke als de vrouwelijke bloemdelen en kan zichzelf bestuiven. Daarvoor moet het stuifmeel wel uit de meeldraden loskomen en bij de stempel terechtkomen. Buiten helpen wind en beweging van insecten daarbij; in een beschutte serre is die beweging soms beperkter. Bij een gezonde bloem hoeft u dus geen tweede tomatenplant of een specifieke bestuiver te hebben, maar een gebrek aan trilling kan wel bijdragen aan slechte vruchtzetting.

U kunt een droge bloemtros voorzichtig laten trillen door zacht tegen de steel of een steun te tikken. Doe dat zonder aan de bloemen te trekken of de plant hard te schudden. Het is vooral zinvol bij open, droge bloemen; wanneer de bloemen nat zijn of de serre extreem warm of koud is, lost trillen de onderliggende oorzaak niet op. Bekijk vooraf welke bloemen werkelijk open zijn en volg juist die bloemen nadien. Zo verwart u een nog gesloten knop niet met een bloem die na uw ingreep geen vrucht heeft gevormd. Om trossen te bekijken of voorzichtig te laten trillen, moet u er vlot bij kunnen zonder langs stengels en steunen te wringen. Bij het plannen van een indeling met opslag kunt u de aluminium serre met ingebouwde opslagruimte bekijken. Bepaal welke ruimte u voor opslag nodig hebt en welke voor planten en doorgangen overblijft. Bereikbaarheid helpt bij het verzorgen en observeren van de bloemen, maar is geen garantie op vruchtzetting.

Serre met een opbergruimte in Accoya

Bloemvorm en vroegtijdige bloemval

Bekijk of de bloemen normaal openen en er gelijkmatig uitzien. Een bloemknop die verschrompelt voordat hij opengaat, een sterk vervormde bloem of een tros met opvallend weinig goed ontwikkelde bloemen kan erop wijzen dat de ontwikkeling eerder onder stress stond. Temperatuurwisselingen kunnen daarbij meespelen, maar aan de vorm alleen kunt u de oorzaak niet met zekerheid afleiden. Vergelijk daarom meerdere trossen en noteer of het probleem alleen bij de eerste bloemen voorkomt of ook bij nieuw gevormde bloemen. Maak bij die vergelijking onderscheid tussen knoppen die nooit opengaan en geopende bloemen die later afvallen. Beide geven weinig of geen vruchten, maar beschrijven niet hetzelfde verloop. Noteer ook of binnen één tros alle bloemen getroffen zijn of slechts enkele. Die nauwkeurige beschrijving is nuttiger dan alleen de vaststelling dat een plant geen tomaten draagt.

Kijk tegelijk naar de bloemstelen en het omliggende blad. Kleine insecten of beschadigde plekjes aan knoppen kunnen een aanwijzing zijn dat er meer speelt dan een probleem met het klimaat. Dat is geen reden om meteen een behandeling te gebruiken: probeer eerst vast te stellen wat u ziet, bijvoorbeeld met een duidelijke foto of hulp van een ervaren teler. Een bloem die aan het einde van haar bloei verdroogt terwijl er een groen vruchtje groeit, is iets anders dan een hele tros waarvan de bloemen vroegtijdig afvallen.

Veel blad en weinig vruchten: kijk naar groei en voeding

Een tomatenplant met veel donker blad en sterke stengelgroei, maar weinig bloemen, kan te veel stikstof krijgen. Dat kan de groei vooral naar bladeren en scheuten sturen. Het is echter geen sluitende diagnose: ook het ras, weinig licht of een verschil in watergift beïnvloedt de plant. Kijk daarom naar de verhouding tussen bladgroei en bloemtrossen, en vergelijk die met andere planten die dezelfde verzorging krijgen. Een weelderige plant kan nog altijd bloemen vormen; let vooral op het patroon over meerdere trossen.

Voeg niet zomaar extra meststof toe omdat er geen vruchtjes verschijnen. De afwezigheid van tomaten bewijst op zichzelf geen tekort aan fosfor of andere voedingsstoffen. Controleer welke meststof u gebruikt, hoe vaak u die geeft en of de plant in volle grond of potgrond groeit. Noteer ook de gebruikte hoeveelheid, zodat u uw bemesting over een langere periode kunt beoordelen. Maak daarbij onderscheid tussen weinig bloemen en veel bloemen die geen vruchten vormen: dat voorkomt dat u twee verschillende waarnemingen als hetzelfde voedingsprobleem behandelt. Bij twijfel kan een analyse van bodem of substraat meer zeggen dan zonder verdere aanwijzingen bijmesten. Als u later een teeltplan voor een andere serre maakt, kunt u de afmetingen van de Prestige-serre naast uw geplande bedden en doorgangen leggen. Bereken hoeveel plaats u daadwerkelijk voor de planten reserveert. De totale vloeroppervlakte omvat immers ook de ruimte die u nodig hebt om de planten te verzorgen en hun groei te volgen.

Watergift en wortelzone beoordelen

Sterke schommelingen in de beschikbaarheid van water kunnen de plant stress bezorgen en bijdragen aan bloemverlies. Controleer daarom de grond of potgrond bij de wortels, niet alleen het droge oppervlak. Een plant die op een warme namiddag even slap hangt, heeft niet noodzakelijk een tekort; blijft ze ook op koelere momenten slap, dan verdient de vochtigheid van de wortelzone extra aandacht. Te natte grond kan eveneens problemen geven doordat wortels dan minder goed functioneren. De bladeren alleen vertellen dus niet altijd of u meer of minder water moet geven.

Stem de watergift af op de grond, de pot en het weer, in plaats van op een vast weekschema. Kijk ook of overtollig water uit potten kan wegvloeien en of de grond niet telkens volledig uitdroogt. Vergelijk bij een plaatselijk probleem de wortelzone van de getroffen plant met die van een plant zonder bloemverlies. Noteer niet alleen wanneer u water geeft, maar ook wat u vooraf in de grond of potgrond hebt waargenomen. Zo blijft duidelijk waarom u de watergift hebt aangepast. Leg die notities naast het moment waarop nieuwe bloemen opengaan; beoordeel niet uitsluitend het blad vlak na het gieten. Voor wie een grotere teeltindeling overweegt, vermeldt de pagina van de ruime orangerieserre oppervlaktes van 47 tot 70 m². Gebruik die maten om bedden, potten en doorgangen te verdelen. Voor de watergift blijft de werkelijke beplanting van belang, samen met de grond, de potten en het weer; alleen de serreoppervlakte is daarvoor onvoldoende.

Het patroon vastleggen vóór u iets verandert

Een eenvoudig logboek helpt om oorzaken uit elkaar te houden. Noteer per bloemtros wanneer de eerste bloemen open zijn, of er kleine groene vruchtjes verschijnen en wanneer bloemen of steeltjes afvallen. Voeg de minimum- en maximumtemperatuur, luchtvochtigheid, verluchting, watergift en eventuele bemesting toe. Vermeld ook de plaats van de plant en het ras. Met die gegevens kunt u zien of het probleem samenvalt met een warme periode, een natte week of één bepaalde hoek van de serre.

Vergelijk planten die zo gelijk mogelijk behandeld worden en verander één factor tegelijk. Anders weet u achteraf niet of een verbetering kwam door meer verluchting, een andere watergift of een andere ingreep. Schrijf de datum en de precieze verandering op: ‘ramen eerder geopend’ is bruikbaarder dan ‘klimaat verbeterd’. Blijf de volgende bloemtrossen volgen, want bloemen die al in knop waren voordat u iets aanpaste, kunnen nog tekenen van eerdere stress vertonen. Gebruik voor uw notities herkenbare aanduidingen, zoals de rij en de positie van de plant vanaf de deur. Daarmee kunt u dezelfde planten terugvinden zonder elke keer een nieuwe vergelijking te maken. Plant u tegelijk een nieuwe indeling, dan kunt u de afmetingen van de klassieke aluminium serre gebruiken als uitgangspunt voor een schets. Geef daarop de bedden, doorgangen en meetplaatsen aan. Bewaar die indeling bij uw logboek, zodat waarnemingen aan een concrete plek gekoppeld blijven.

Buitenzijde van een orangerieserre

De plek in de serre kan verschillen maken

Niet elke plant in dezelfde serre krijgt hetzelfde microklimaat. Een rij dicht bij een deur kan andere temperatuurwisselingen ervaren dan planten achteraan. Onder het dak kan het sneller warm worden, terwijl dicht bladerdek de luchtbeweging beperkt. Ook een schaduwplek kan invloed hebben op de groei. Meet daarom op de plek waar de bloemen zitten en vergelijk minstens twee delen van de serre als het probleem niet overal gelijk is. Zo voorkomt u dat een meting in het midden een plaatselijk probleem verbergt.

Een muur of aangrenzende constructie kan de zoninval en luchtstroming beïnvloeden; eventuele warmteopslag hangt af van de muur, de ligging en de zon en is niet vanzelfsprekend. Beoordeel daarom wat er op de werkelijke plek gebeurt. Noteer op verschillende momenten welke planten in de schaduw staan en waar de serre geopend is. Leg dat naast uw temperatuurmetingen en de verdeling van bloemen zonder vruchtjes. Alleen schaduw zien is nog geen bewijs dat daarmee de oorzaak gevonden is, maar het helpt om verschillen tussen rijen te beschrijven. Overweegt u een opstelling tegen een muur, dan kunt u de aluminium muurserre bekijken en de beschikbare maten naast uw ruimte leggen. Teken ook de aangrenzende constructie en de geplande plantenrijen in. De productnaam vertelt niet hoe de zon en luchtstroming op uw locatie uitvallen; daarvoor blijven uw eigen waarnemingen op die plek nodig.

Aanpassingen afstemmen op het moment van bloei

Kies een ingreep die past bij wat u hebt waargenomen. Bij terugkerende hitte zijn de bestaande verluchtingsmogelijkheden en het moment waarop u de serre lucht, relevanter dan extra meststof. Bij vochtige, stilstaande lucht kijkt u naar luchtverversing en plantdichtheid. Bij bloemen die goed groeien maar niet lijken te bestuiven, kunt u voorzichtig trillen; bij duidelijke waterstress past een gelijkmatigere watergift. Houd de aanpassing beperkt en bekijk daarna nieuwe bloemen. Zo wordt uw diagnose scherper en voorkomt u dat meerdere veranderingen elkaar onduidelijk maken.

Verwacht niet dat de omstandigheden van vandaag meteen alle bloemen herstellen. De ontwikkeling van een bloem begint voordat ze opengaat, zodat eerdere koude of warmte later nog zichtbaar kan zijn. Beoordeel het resultaat daarom aan de hand van de bloemtrossen die u volgt, niet alleen aan een oude tros waar al bloemen afgevallen zijn. Komen er na meerdere bloemtrossen geen vruchtjes, terwijl temperatuur, vochtigheid en plantgroei redelijk stabiel zijn, dan kunnen ras, wortelconditie of een plaag verder onderzoek vragen. Neem uw waarnemingen mee als u hulp vraagt, zodat duidelijk is wat al bekeken en aangepast is. Een andere serre is pas een overweging als u een terugkerende beperking hebt vastgesteld. Wie dan modellen vergelijkt, kan de aluminium serre uit de Limited Edition-reeks meenemen in die vergelijking. Koppel uw keuze aan de vastgestelde beperking en de geplande indeling, niet aan de verwachting dat een ander model op zichzelf betere vruchtzetting oplevert.

Veelgestelde vragen

Hoe herken ik vruchtzetting bij een tomatenbloem?

Kijk onder de kelk, vlak achter de bloem. Bij vruchtzetting blijft daar een klein groen bolletje zitten dat geleidelijk groter wordt. Dat de gele bloemblaadjes verdrogen en afvallen, is op zich normaal.

Hebben tomaten in de serre bijen nodig?

Meestal niet. Tomatenbloemen kunnen zichzelf bestuiven, maar het stuifmeel moet wel loskomen en op de juiste plaats terechtkomen. Luchtbeweging, insecten of een lichte trilling kunnen daarbij helpen.

Welke temperaturen kunnen de vruchtzetting verstoren?

Langdurige warmte boven ongeveer 30–32 °C overdag, warme nachten boven circa 21–22 °C en koude nachten rond of onder 13 °C kunnen de vruchtzetting hinderen. Het zijn richtwaarden: duur, bloemstadium en ras spelen mee.

Kan ik de bloemen zelf bestuiven?

U kunt een droge bloemtros voorzichtig laten trillen door zacht tegen de steel of een steun te tikken. Dat kan stuifmeel losmaken, maar het herstelt geen problemen door te hoge of te lage temperaturen.

Helpt extra meststof als er geen tomaten komen?

Niet noodzakelijk. Geen vruchtzetting bewijst geen voedingstekort; extra stikstof kan juist veel bladgroei stimuleren. Controleer eerst de groei, de watergift en de bodem of potgrond voordat u de bemesting aanpast.

Bij tomaten die bloeien zonder vruchtjes is een vaste diagnosevolgorde nuttiger dan meteen bijmesten of de serre aanpassen. Kijk of het vruchtbeginsel groeit, meet temperatuur en luchtvochtigheid bij de bloemen en beoordeel daarna bestuiving, water en plantgroei. Een patroon over meerdere trossen vertelt meer dan één verdorde bloem. Zo kunt u een gerichte aanpassing doen en zien of de volgende bloemen wel vrucht zetten.

45% BETERE PRIJS WANNEER U ONLINE KOOPT
Handelen op internet is handig en winstgevend
Vraag ons
Neem contact met ons op
Telefoon:
E-mail:
Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.
Reg.nr.:
38944924
Adres:
Thriges Plads 6, 5000 Odense C, Denmark
Sociale media
Volg ons op Instagram, Facebook en Twitter. Daar vind je het laatste nieuws en de beste aanbiedingen van Bloomcabin.
X
Heeft u vragen en wilt u dat wij u terugbellen?
+32
−
✖