Cookies, inclusief cookies van derden, worden gebruikt om de kwaliteit van de inhoud van deze website te verbeteren en aan te passen aan de behoeften van gebruikers. Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies en met eventuele communicatie als u uw contactgegevens invult in een van de formulieren die op de website moeten worden ingevuld.
Blog

Aparte bewateringszones voor potten en kasbedden

Aparte bewateringszones voor potten en kasbedden

Kas en bewatering

Potten en kasbedden vragen niet vanzelf om dezelfde watergift. Een pot bevat een begrensde hoeveelheid substraat, terwijl wortels in een kasbed doorgaans meer grond kunnen benutten; tegelijk verschillen potmaat, plant, bodem en zonplek. Eén timerinstelling kan daardoor de ene groep laten uitdrogen en een andere te nat houden. Met afzonderlijke bewateringszones geeft u groepen met vergelijkbare behoefte een eigen looptijd en controle. De indeling begint niet bij een willekeurig aantal minuten, maar bij wortelruimte, gewas en waargenomen uitdroging.

Buitenzijde van een orangeriekas

Verschillen in waterbehoefte tussen potten en kasbedden

Een pot heeft een begrensde hoeveelheid substraat en wortelruimte. Daardoor kan de vochtvoorraad anders veranderen dan in een diep, goed doorworteld kasbed. Dat is geen vaste regel: een grote pot, een vochtvasthoudend substraat of een plant met een beperkte waterbehoefte kan langer vochtig blijven. In een bed spelen onder meer bodemstructuur, diepte, drainage en beworteling mee. Ook de plek telt: potten kunnen meer zon of luchtbeweging krijgen dan een bed verderop. De teeltvorm voorspelt dus niet alles, maar is wel een goede reden om beide groepen afzonderlijk te beoordelen.

Een zone is een groep die u als geheel kunt bewateren en waarvan u de instelling onafhankelijk kunt aanpassen. Dat hoeft geen zone per plant te betekenen. Vaak is het praktischer om eerst potten en bedden te scheiden en daarna te bepalen welke groepen binnen die indeling vergelijkbaar uitdrogen. Blijkt uit controles dat twee groepen ongeveer dezelfde behoefte hebben, dan kunnen ze mogelijk samen. Als de kas nog gekozen wordt, zet potten en bedden op de plattegrond van de beoogde uitvoering; de Piramide-type kas is een van de modellen die u daarbij kunt bekijken.

Breng de verschillen in wortelruimte en uitdroging in kaart

Maak een eenvoudige plattegrond met de potrijen, kasbedden, paden en plekken met duidelijk verschillende lichtinval. Noteer per groep het soort substraat of de bodem, de beschikbare diepte, het formaat van de potten en wat er groeit. Schrijf ook op of een groep vaak sneller uitdroogt dan de rest. Zo voorkomt u dat een zonegrens alleen gebaseerd is op de afstand tussen planten, terwijl hun wortelruimte en vochtbehoefte juist sterk verschillen. Geef de groepen voorlopig herkenbare namen, zoals ‘kleine potten bij de deur’ en ‘achterste kasbed’. Houd waarnemingen en instellingen apart: ‘vochtig bij de wortels’ beschrijft wat u aantreft, terwijl een looptijd alleen beschrijft wat de installatie doet. Door beide te noteren, ziet u welke instelling bij welk resultaat hoort. Een plek waarover u nog weinig weet, hoeft op de eerste kaart niet meteen een definitieve zone te worden.

Controleer het vocht op meerdere representatieve plekken en op de diepte waar de actieve wortels zitten. Alleen de bovenlaag bekijken kan een vertekend beeld geven: het oppervlak kan droog ogen terwijl dieper in het bed nog vocht beschikbaar is, of andersom. Noteer wat u vóór een waterbeurt aantreft en controleer na afloop hoe ver het vocht is doorgedrongen. Houd op de plattegrond ook opslag en loopruimte buiten het teeltvlak. Bij een model als de kas met ingebouwde opslagruimte helpt dat om zones aan de werkelijke teeltplekken te koppelen.

Groepeer potten op formaat, substraat en plek

Potten die ongeveer even groot zijn, een vergelijkbaar substraat bevatten en een vergelijkbare plant hebben, zijn vaak een logisch startpunt voor één groep. Zet kleine en grote potten niet automatisch bij elkaar: dezelfde looptijd kan bij de ene groep te weinig en bij de andere te veel vocht opleveren. Kijk daarnaast naar hun positie. Een rij bij een zonnige kaszijde kan anders uitdrogen dan potten op een beschutte plek. Houd afwijkende omstandigheden alleen apart als controles laten zien dat het verschil in de praktijk relevant is. Gebruik daarbij niet uitsluitend de plantnaam als groepskenmerk. Twee potten met hetzelfde gewas kunnen door hun formaat of plek toch verschillend reageren. Omgekeerd hoeft een groep met verschillende planten niet direct te worden opgesplitst als hun vochtbehoefte voldoende overeenkomt. Kies binnen elke voorlopige groep enkele potten die de verschillen vertegenwoordigen, bijvoorbeeld een kleinere en een grotere pot. Daarmee beoordeelt u de groep zonder iedere pot een eigen regeling te geven.

Controleer ook of het water in de potten terechtkomt en de wortelzone bereikt. Een werkende leiding betekent niet automatisch dat iedere pot op dezelfde manier wordt bevochtigd. Volg de aanwijzingen van de fabrikant voor het plaatsen en gebruiken van druppelaars of andere afgiftepunten en controleer een aantal potten uit de groep. Kijk daarbij afzonderlijk naar de aansluiting en naar het vocht in de pot: zo houdt u een probleem met de waterafgifte uit elkaar van een verschil in waterbehoefte. Een pot die weinig water ontvangt, heeft niet vanzelf een langere looptijd voor de hele groep nodig. De kasmaat is alleen van belang voor de fysieke indeling: de productpagina van de Bloomcabin Prestige kas vermeldt uitvoeringen van 3,77 tot 28,08 m². Welke potten een zone delen, bepaalt u aan de hand van hun vochtgedrag.

Deel kasbedden in op bodem, diepte en gewas

Kasbedden kunnen onderling verschillen in grondsoort, bodemverbetering en diepte. Ook de gewassen en hun beworteling bepalen hoe een bed reageert op water. Begin daarom met de feitelijke bedden en controleer de grond op meer dan één plek. Als een deel van een bed steeds anders uitdroogt, kan een afzonderlijke zone zinvol zijn. Is het verschil klein of tijdelijk, dan is een extra regeling niet per se nodig. De indeling moet een zichtbaar verschil in waterbehoefte oplossen, niet ieder detail van de plattegrond volgen. Een bedrand is dus een handig herkenningspunt, maar niet automatisch de juiste grens voor de regeling. Twee bedden kunnen bij dezelfde groep passen, terwijl binnen één lang bed juist een scheiding nodig kan zijn. Markeer op de kaart waar u een verschil waarneemt en welk gewas daar staat. Zo blijft duidelijk waarom u voor een bepaalde grens kiest, ook wanneer de teelt later verandert.

Teken bedden en paden eerst op schaal en bekijk vervolgens waar waterleidingen logisch kunnen lopen zonder de loopruimte te blokkeren. Bij een groter plan is oppervlakte op zichzelf geen maat voor het aantal zones: bodem en teelt blijven doorslaggevend. De productpagina van de Ruime kas vermeldt uitvoeringen van 47 tot 70 m²; gebruik de plattegrond van de gekozen uitvoering om de bedden daadwerkelijk in te tekenen. Een kasmaat vertelt niet hoeveel water de bodem nodig heeft.

Een orangeriekas gezien vanuit de tuin

Zorg dat de besturing de zones werkelijk kan scheiden

Een aparte zone heeft alleen nut als u die ook afzonderlijk kunt starten en stoppen. Dat kan bijvoorbeeld met een besturing die meerdere uitgangen onafhankelijk aanstuurt en met geschikte afsluiters. Een handmatige indeling kan ook werken als u groepen na elkaar bedient. Heeft een timer maar één uitgang die alle aangesloten leidingen tegelijk activeert, dan kunt u daarmee niet vanzelf verschillende looptijden voor potten en bedden instellen. Controleer dus de functies van de gekozen timer en de bijbehorende onderdelen voordat u het schema vastlegt. Maak daarbij onderscheid tussen een fysieke vertakking en een afzonderlijk instelbare zone. Twee leidingen naar verschillende teeltplekken vormen nog geen onafhankelijke regeling als ze altijd tegelijk aan- en uitgaan. Noteer voor elke geplande groep welke bediening erbij hoort en of u zowel de looptijd als het interval kunt wijzigen. Zo voorkomt u dat de zonekaart meer mogelijkheden suggereert dan de besturing daadwerkelijk biedt.

Bekijk ook of uw watervoorziening en leidingen de gekozen indeling aankunnen. Een zone-indeling garandeert niet dat elke druppelaar dezelfde afgifte heeft; druk, leidinglengte, aansluitingen en het aantal afgiftepunten kunnen invloed hebben. Vertrouw daarom niet op een veronderstelling over wat gelijktijdig kan werken. Raadpleeg de productspecificaties en laat de installatie zo nodig beoordelen door een vakman. Als de kas zelf nog gekozen wordt, zijn de maatvoering en plattegrond van het model, zoals bij de klassieke aluminiumkas, nuttige uitgangspunten voor het intekenen van bedden, potrijen en leidingen.

Stel de looptijd per zone geleidelijk af

Kies de eerste looptijd niet alleen op basis van een plantnaam of een algemene vuistregel. Controleer wat er bij de wortels gebeurt tijdens een proefbeurt: is het vocht daar aangekomen, blijft het substraat op de gewenste plek vochtig en loopt er niet onnodig water weg? Bekijk meerdere plekken in de zone, omdat één pot of één hoek van een bed geen volledig beeld geeft. De waarnemingen geven u een betere basis dan een instelling die zonder controle voor alle teeltvormen hetzelfde is.

Houd looptijd en interval uit elkaar. Looptijd is hoelang de zone water krijgt; het interval bepaalt hoeveel tijd er tussen waterbeurten zit. Verander bij het bijstellen bij voorkeur één van die twee tegelijk en noteer wat u hebt aangepast. Zo kunt u beter beoordelen welk effect de wijziging had. Bekijk daarvoor twee afzonderlijke momenten: direct na de waterbeurt en vóór de volgende geplande beurt. De eerste controle helpt beoordelen of het water de bedoelde wortelzone bereikt; de tweede laat zien hoe de groep in de tussentijd is opgedroogd. Schrijf niet alleen ‘meer water’ op, maar benoem welke instelling u hebt veranderd. Dat maakt een latere correctie beter te volgen. De daadwerkelijke afgifte van uw installatie telt mee: dezelfde ingestelde tijd betekent niet bij ieder systeem precies dezelfde hoeveelheid water. Er bestaat daarom geen universeel aantal minuten dat voor potten én kasbedden geschikt is.

Test elke zone afzonderlijk voordat u op het schema vertrouwt

Activeer de zones één voor één en controleer of de juiste potten of bedden water krijgen. Kijk niet alleen bij het begin van een leiding, maar ook verderop en op plekken die representatief zijn voor de groep. Bij een systeem met druppelaars kunt u de afgifte op verschillende punten gedurende dezelfde tijd vergelijken. Zo merkt u verschillen op die een timer niet laat zien, bijvoorbeeld een afgiftepunt dat weinig of geen water geeft. Controleer tijdens diezelfde proef ook of de andere zones uit blijven. Daarmee test u niet alleen de waterafgifte, maar ook of de scheiding op uw kaart overeenkomt met de werkelijke bediening. Gebruik bij een herhaalde proef dezelfde controlepunten, zodat resultaten vergelijkbaar blijven. Noteer een afwijking bij de betreffende pot, leiding of uitgang; een algemene melding als ‘zone werkt niet goed’ maakt het lastiger om gericht te zoeken.

Beoordeel daarna het vocht in het substraat of de grond, niet alleen de werking van de leiding. Als de afgifte ongelijk is, controleer dan de onderdelen en mogelijke oorzaken volgens de instructies van de fabrikant; een ongeschikte druk of een verstopping vraagt mogelijk om een andere aanpak. Doe een nieuwe controle nadat u iets hebt aangepast. Een geslaagde test op één dag is bovendien geen reden om de zone het hele seizoen ongemoeid te laten: gewas, weer en gebruik kunnen veranderen.

Pas de instellingen aan bij seizoen en groeifase

De omstandigheden in een kas blijven niet gelijk. Zon, buitentemperatuur, ventilatie en de hoeveelheid blad kunnen het tempo van uitdrogen beïnvloeden. Een schema dat in een koelere periode goed werkt, kan tijdens zonniger weer een andere controle vragen. Gebruik daarom het seizoen niet als enige regel voor de looptijd, maar let op de vochttoestand van de wortelzone. Controleer ook vaker na veranderingen aan de kasinrichting, zoals het verplaatsen van potten of het openen van een nieuw teeltgedeelte.

Ook binnen een seizoen verandert een groep. Jonge planten en pas verplaatste potten kunnen andere aandacht vragen dan planten die al langer op hun plek staan; de wortels en het beschikbare substraat zijn immers niet hetzelfde. Scheid zulke groepen alleen zolang dat in de praktijk nodig is. De ligging van een kas beïnvloedt eveneens de omstandigheden: teken bij een aluminium muurkas de werkelijke positie ten opzichte van de muur en bestaande schaduw op uw plattegrond. Ga niet uit van dezelfde uitdroging op iedere plek.

Orangeriekas

Houd de zonekaart bruikbaar als de teelt verandert

Een zonekaart werkt het best als die aansluit op de vaste inrichting. Noteer welke bedden en potrijen bij welke leiding of bediening horen en geef afsluiters en timeruitgangen een duidelijke naam. Gebruik dezelfde namen op de kaart en in de besturing. Schrijf ook de ingestelde looptijd en het interval op, met een korte notitie over wat u bij de controle zag. Dan kunt u bij een verandering nagaan welke groep geraakt wordt, in plaats van telkens het hele schema opnieuw te moeten uitzoeken. Voorzie wijzigingen van een datum en houd duidelijk welke instellingen nu gelden. Een oude looptijd kan nuttig zijn om op terug te kijken, maar mag niet worden verward met de actuele instelling. Vermeld ook welke tijdelijke potgroepen handmatig water krijgen; anders lijkt de kaart compleet terwijl een deel van de teelt buiten het automatische schema valt.

Potten zijn makkelijker te verplaatsen dan vaste bedden. Behandel een tijdelijke potgroep daarom niet automatisch als een blijvende zone; kijk eerst of die bij een bestaande groep past of tijdelijk handmatig kan worden bewaterd. Leg vaste bedden en looproutes pas definitief vast wanneer de indeling van de gekozen kas bekend is. Bij het vergelijken van modellen, waaronder de aluminium Limited Edition-kas, maakt die concrete plattegrond duidelijk waar afzonderlijke leidingen en groepen praktisch passen.

Wanneer is een extra bewateringszone nodig?

Een extra zone is vooral zinvol wanneer een bestaande groep niet met dezelfde instellingen goed te bewateren is. Stel dat een deel van de potten na een waterbeurt nog te droog is, terwijl andere potten binnen die groep al te nat zijn. Controleer dan eerst of alle potten daadwerkelijk water ontvangen. Blijft het verschil bestaan bij een goed werkende afgifte, vergelijk dan hun wortelruimte, substraat, gewas en plek. Daarmee kunt u beoordelen of de groep moet worden gesplitst. Eén afwijkende pot is niet meteen reden om de hele indeling te wijzigen; kijk of het om een terugkerend patroon gaat en welke potten dat patroon delen.

Weeg vervolgens af wat de extra zone praktisch oplevert. U krijgt meer regelmogelijkheden, maar ook een extra groep om te bedienen, te controleren en op de kaart bij te houden. Voor een tijdelijke uitzondering kan handmatig water geven overzichtelijker zijn dan een blijvende uitbreiding. Voor een vaste groep met een duidelijk andere behoefte kan een eigen regeling juist bruikbaar zijn. Geef de nieuwe zone een herkenbare grens en naam, zodat u weet welke teelt erbij hoort. Ook bij een T-model orangerie kas baseert u die keuze op de werkelijke ligging en vochtbehoefte van de teeltgroepen, niet alleen op de modelnaam of de vorm van de kas.

Veelgestelde vragen

Waarom hebben potten vaak een eigen bewateringszone?

Potten hebben een begrensde hoeveelheid substraat en wortelruimte, waardoor hun vochtgehalte anders kan veranderen dan dat van een kasbed. Dat geldt niet voor elke pot in dezelfde mate. Door potten apart te volgen, kunt u de looptijd aanpassen aan hun formaat, substraat, plant en plek.

Kan één timer potten en kasbedden toch apart aansturen?

Alleen als de besturing daarvoor geschikt is, bijvoorbeeld met afzonderlijk te bedienen uitgangen en passende afsluiters. Als één timeruitgang alle leidingen tegelijk activeert, krijgen die zones niet vanzelf verschillende looptijden. Handmatig na elkaar bewateren kan een alternatief zijn; controleer de mogelijkheden in de documentatie.

Hoe bepaalt u de looptijd van een bewateringszone?

Er is geen vaste tijd die voor elke kas, bodem en installatie werkt. Controleer het vocht bij de wortels en kijk na een proefbeurt hoe ver het water de grond of het substraat bereikt. Pas de looptijd aan op basis van die waarnemingen en de daadwerkelijke afgifte van uw systeem.

Moet elke pot een eigen zone krijgen?

Meestal niet. Groepeer potten die qua formaat, substraat, plant en uitdroging voldoende op elkaar lijken. Maak een aparte groep als de vochtbehoefte duidelijk verschilt of als de potten op een afwijkende plek staan. Zo blijven de instellingen praktisch zonder onnodig veel zones.

Hoe controleert u of een zone goed water geeft?

Activeer de zone afzonderlijk en controleer meerdere representatieve plekken, bijvoorbeeld aan het begin en verderop in de leiding. Let zowel op de afgifte als op het vocht bij de wortels. Volg voor druk, debiet en onderhoud de instructies van de fabrikant; alleen een timer zien lopen is geen volledige controle.

Een praktisch schema begint met potten en kasbedden afzonderlijk te beoordelen en daarna groepen te maken die werkelijk vergelijkbaar zijn. Geef die groepen alleen verschillende looptijden als de besturing ze onafhankelijk kan bedienen. Controleer de vochttoestand bij de wortels, test de afgifte op meerdere plekken en pas instellingen aan wanneer de teelt of omstandigheden veranderen. Zo blijft het aantal zones beheersbaar en sluit de watergift beter aan op wat er in uw kas groeit.

45% BETERE PRIJS WANNEER U ONLINE KOOPT
Handelen op internet is handig en winstgevend
Vraag ons
Neem contact met ons op
Telefoon:
E-mail:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Reg.nr.:
38944924
Adres:
Thriges Plads 6, 5000 Odense C, Denmark
Sociale media
Volg ons op Instagram, Facebook en Twitter. Daar vind je het laatste nieuws en de beste aanbiedingen van Bloomcabin.
X
Heeft u vragen en wilt u dat wij u terugbellen?
+31
−
✖