Kas oriënteren: oost-west of noord-zuid?

Kasoriëntatie
Wie een kas koopt, moet niet alleen bedenken waar de deur komt, maar ook welke kant de nok op loopt. Een oost-westgerichte nok legt de lange dakvlakken anders in het zonlicht dan een noord-zuidgerichte nok. Het verschil verandert met de seizoenen en met de schaduw van gebouwen of bomen in uw tuin. Geen van beide richtingen levert daarom op elk perceel automatisch de meeste bruikbare zon op. Hieronder leest u hoe de zon over de kas valt en hoe u beide mogelijkheden eerlijk kunt vergelijken.

Wat betekent de richting van de kasnok?
De nok is de hoogste lijn waar twee dakvlakken samenkomen. Met een oost-westgerichte kas bedoelen we dat die lijn grofweg van oost naar west loopt. Bij een gewone kas met een zadeldak liggen de lange zijden dan aan de noord- en zuidkant; de kopgevels wijzen ongeveer naar oost en west. Bij een noord-zuidgerichte kas loopt de nok van noord naar zuid. De lange zijden liggen dan aan de oost- en westkant en de kopgevels wijzen naar noord en zuid. Het gaat dus om de richting van de nok, niet automatisch om de plek van de deur, het pad of de voorkant van het huis.
Vergelijk eerst dezelfde kas op dezelfde plek en verander alleen de richting. Op de pagina van de aluminium klassieke kas worden oppervlaktes van 3,77 tot 28,08 m² genoemd. Dat bereik vertelt niet welke lengte en breedte bij de uitvoering horen. Gebruik daarom de maatvoering van de variant die u overweegt en teken de werkelijke omtrek. Kies voor beide tekeningen hetzelfde middelpunt: bij een rechthoekige kas komen de hoeken na een kwartslag draaien op andere plaatsen terecht. Daardoor kan een hoek dichter bij een schutting of in de schaduw van een gebouw komen te liggen, ook als de kas als geheel niet wordt verplaatst. Past een van beide richtingen niet op die plek, noteer dat dan als een ruimtelijke beperking. Vergelijk een eventuele andere standplaats daarna afzonderlijk, zodat u het effect van draaien en verplaatsen uit elkaar houdt.
De zonnestand verandert per seizoen
In Nederland staat de zon rond het middaguur aan de zuidelijke hemel, maar de baan ernaartoe verschilt gedurende het jaar. In de zomer komt de zon verder naar het noordoosten op en gaat zij verder naar het noordwesten onder. De baan is dan hoger en langer. In de winter komt de zon meer uit het zuidoosten en verdwijnt zij richting het zuidwesten; de baan blijft laag en de dag is korter. Rond de equinoxen liggen zonsopkomst en zonsondergang ongeveer in het oosten en westen. Daardoor krijgt hetzelfde dakvlak niet het hele jaar dezelfde invalshoek.
Een kompasrichting vertelt dus niet hoeveel bruikbaar licht een kas op een bepaalde dag ontvangt. Direct zonlicht kan op een dakvlak, een kopgevel of juist op een naastgelegen obstakel vallen; de lichtinval binnen hangt ook af van de kasvorm en de hoek van de ramen. Bij bewolking is er meer diffuus licht uit de hemel en is het verschil tussen zonbeschenen en beschaduwde delen vaak minder scherp. Kijk daarom niet alleen naar de windstreek, maar ook naar de maanden waarin u de kas wilt gebruiken.
Oost-west: een dakvlak op het zuiden en een op het noorden
Loopt de nok van oost naar west, dan helt het ene lange dakvlak naar het zuiden en het andere naar het noorden. Vooral in de winter kan het zuidelijke dakvlak direct zonlicht ontvangen wanneer de zon laag aan de zuidkant staat. Het noordelijke dakvlak krijgt in die periode doorgaans minder directe instraling. Dat betekent niet dat daar helemaal geen licht valt: diffuus hemellicht bereikt ook die zijde, en de hoeveelheid verschilt met de omstandigheden en de kasvorm. In de zomer staat de zon hoger, waardoor de verhouding tussen beide dakvlakken anders uitpakt dan in de winter.
Deze richting is het waard om als eerste te tekenen als u de kas ook in de winter of het vroege voorjaar wilt gebruiken én de zuidkant van de beoogde plek open is. Het mogelijke voordeel verdwijnt grotendeels als een muur of ander vast obstakel juist daar schaduw werpt. Denk ook aan de indeling: bij een duidelijke noord-zuidverdeling kunnen bedden aan verschillende kanten van de kas andere lichtomstandigheden hebben. De oriëntatie bepaalt dus niet alleen waar zon op het dak valt, maar ook hoe u de binnenruimte kunt verdelen.
Noord-zuid: het zonlicht verschuift over de dag
Bij een nok van noord naar zuid liggen de lange dakvlakken aan de oost- en westkant. De zon kan in de ochtend direct op het oostelijke dakvlak vallen en later op de dag op het westelijke. Daardoor verschuift de directe instraling tussen de twee zijden. Rond het middaguur komt de zon uit het zuiden; kijk dan ook naar de korte zuidzijde en de manier waarop de gekozen kasvorm het licht binnenlaat. De dakvlakken ontvangen overigens niet uitsluitend ochtend- óf middagzon: de invalshoek verandert geleidelijk met de zonnestand. Ook binnen schuiven de schaduwen van de kasconstructie gedurende de dag. Een opname op één tijdstip geeft daarom geen volledig beeld van de lichtverdeling over de bedden. Deze oriëntatie verdeelt het zonlicht anders over de dag, maar garandeert niet dat beide zijden evenveel licht ontvangen. Een obstakel aan de westkant kan bijvoorbeeld juist een deel van de middagzon wegnemen.
De vergelijking met oost-west is vooral nuttig bij een kas met één lange nok. Een piramidevorm heeft niet één lange noklijn die u op dezelfde manier in een van beide richtingen kunt leggen. Bij de piramidekas Bloomcabin Oasis beoordeelt u daarom de ligging van de dakvlakken aan de hand van de tekening van de uitvoering. Zo voorkomt u dat u een keuze maakt op basis van een nokrichting die bij de vorm van de kas niet goed past.

Het seizoen bepaalt welk verschil telt
Een kas die vooral in de zomer wordt gebruikt, vraagt om een andere afweging dan een kas waarin u al vroeg in het jaar aan de slag wilt. In de winter kan een naar het zuiden gericht dakvlak relevant zijn doordat de zon laag staat. In de zomer is de zon hoger en verandert de invalshoek op beide dakvlakken. Meer directe instraling kan de kas bovendien sterker opwarmen. De oriëntatie alleen bepaalt het binnenklimaat niet; ook de kasvorm en eventuele voorzieningen voor ventilatie of zonwering spelen een rol.
Kies daarom eerst de periode die voor uw plannen het zwaarst weegt en vergelijk beide richtingen voor die maanden. Een diagram voor alleen juni zegt weinig over de lichtinval in februari; hetzelfde geldt andersom. Maak bijvoorbeeld aparte vergelijkingen voor het begin, het midden en het einde van uw teeltseizoen. Noteer per variant wanneer direct zonlicht de kas bereikt en welke bedden dan worden beschenen. Houd daarbij licht en warmte uit elkaar: een zonnig uur kan nuttig licht opleveren, maar zegt op zichzelf niet welke temperatuur de kas bereikt. Een foto waarop de kas volledig in de zon staat, bewijst dus niet dat de omstandigheden voor uw teelt ideaal zijn. Gebruik voor de vergelijking de maatvoering van het gekozen model: de aluminium Limited Edition-kas wordt bijvoorbeeld in verschillende oppervlaktematen aangeboden. Een algemene afbeelding of alleen een modelnaam is niet genoeg om de schaduwverdeling op uw perceel te beoordelen.
Teeltplan en bedindeling
Werk uw teeltplan uit als een indeling van de binnenruimte, niet alleen als een lijst gewassen. Geef aan waar vaste bedden, losse potten, zaaitrays en een eventuele werktafel komen. Losse potten kunt u later anders neerzetten; een vast bed of een geplande werkbank is minder eenvoudig te verplaatsen. Teken bij beide nokrichtingen dezelfde inrichting, zodat u ziet of de bruikbare teeltruimte op andere momenten zon krijgt. Kijk daarbij niet uitsluitend naar het middenpad: licht dat vooral op een leeg looppad valt, komt niet rechtstreeks op de planten terecht. Reserveert u een deel van de kas voor werkzaamheden, beoordeel dan afzonderlijk hoeveel zon de teeltplekken ontvangen. U kunt vervolgens ook een aangepaste indeling tekenen, maar houd die tweede vergelijking apart. Zo wordt duidelijk of een verschil voortkomt uit de nokrichting of uit het verplaatsen van de bedden.
Teken bedden en grotere planten mee op de plattegrond. Hoge planten kunnen schaduw geven aan lager geplaatste planten; de richting waarin die schaduw valt, verandert gedurende de dag. Dat effect is niet vooraf voor elke kas gelijk, want gewashoogte en de afstand tussen bedden tellen mee. Heeft het gekozen model ook een opslagfunctie, neem die dan als afzonderlijke ruimte op in uw tekening. De kas met ingebouwde opslagruimte is een voorbeeld waarbij u niet de volledige buitenmaat als teeltoppervlak moet tellen. Controleer op de producttekening waar de onderdelen zich in de gekozen uitvoering bevinden.
Vaste schaduw kan de vergelijking omkeren
Een theoretisch gunstige nokrichting helpt alleen als het bijbehorende dakvlak op de relevante momenten zon kan ontvangen. Een gebouw ten zuiden van de kas kan bijvoorbeeld juist de lage winterzon tegenhouden. Staat er een hoge boom aan de oost- of westkant, dan kan dat de ochtend- of middagzon op een van de dakvlakken beperken. Het verschil tussen oost-west en noord-zuid zit dan niet alleen in de zonnestand, maar ook in de manier waarop elk gedraaid kasontwerp ten opzichte van die vaste schaduw ligt.
Vergelijk de schaduw daarom voor beide richtingen op dezelfde plek en in de maanden die voor u tellen. Houd bij bomen rekening met het verschil tussen een kaal seizoen en een periode met blad; de schaduw verandert dan mee. Bij een muurkas is de gevel een extra vast onderdeel van de situatie. De ligging van de muur en het dakvlak bepalen mede waar de zon vandaan kan binnenvallen. Bekijk bij een aluminium muurkas de tekening van de uitvoering en leg die naast de oriëntatie van de gevel, in plaats van de regels voor een vrijstaande kas zonder aanpassing over te nemen.
Teken beide richtingen op dezelfde plattegrond
Maak een eenvoudige plattegrond op schaal en zet er een duidelijke noordpijl op. Teken de beoogde kasplek en de vaste onderdelen die de zon kunnen tegenhouden, zoals gebouwen en bomen. Gebruik vervolgens de buitenmaat van de gekozen uitvoering en teken de kas twee keer op dezelfde plek: eenmaal met de nok oost-west en eenmaal met de nok noord-zuid. Markeer bij beide tekeningen de nok, de kopgevels en de lange zijden. Verander alleen de richting; als u tegelijk de plek of het formaat wijzigt, is niet meer duidelijk waardoor het verschil in licht ontstaat.
Vul de plattegrond aan met observaties uit de tuin. Noteer op verschillende momenten van de dag waar de schaduwrand ligt en herhaal dat in meer dan één seizoen. Foto’s vanaf een vaste plek helpen om de veranderingen te vergelijken; vermeld er datum en tijd bij. Neem liefst ook een herkenbaar vast punt in beeld, zodat u de schaduwrand later op de plattegrond kunt terugvinden. Hebt u nog geen winterwaarnemingen, vul die ontbrekende informatie dan niet in op basis van een zomerfoto. Een zonnestandapp kan helpen om andere maanden te verkennen, mits de locatie en datum correct zijn ingesteld. Controleer welke gebouwen en bomen de app daadwerkelijk meeneemt. Overweegt u de Bloomcabin Prestige-kas, leg de omtrek van de gekozen uitvoering dan over deze waarnemingen. Markeer waar een schaduwrand alleen een hoek raakt en waar die een heel bed bedekt. Dat geeft meer inzicht dan alleen vaststellen dat de kasplek op enig moment schaduw krijgt.

Controleer ook deuren en looproutes
De nokrichting verandert welke kant als lange zijde of kopgevel naar een pad, poort of terras ligt. Dat kan invloed hebben op de manier waarop u de kas bereikt en de ruimte gebruikt. Zit de toegangsdeur volgens de tekening in een kopgevel, dan komt die bij een oost-westgerichte kas aan een andere zijde uit dan bij een noord-zuidgerichte kas. Heeft het gekozen model een deur in een lange zijde, dan geldt dat verschil niet op dezelfde manier. Controleer daarom de plaats van deuren en andere openingen op de producttekening, in plaats van die af te leiden uit de nokrichting.
Teken ook de ruimte die u nodig hebt om binnen te komen en langs de kas te lopen. Zo ziet u of de richting met de gunstigste lichtinval ook een bruikbare toegang oplevert. Bekijk de route vanaf de plek waar u doorgaans met potten, gereedschap of een kruiwagen vandaan komt. Een deur kan bereikbaar lijken, terwijl een scherpe bocht vlak ervoor het gebruik onhandig maakt. Dit verdient extra aandacht bij een grotere kas: de Bloomcabin Orangerie wordt vermeld met oppervlaktes van 47 tot 70 m². Gebruik de exacte buitenmaten om de hoeken en toegang op uw plattegrond te zetten. Controleer vervolgens of de route ook bruikbaar blijft wanneer de omliggende tuin is ingericht. Zo weegt u een mogelijk lichtvoordeel af tegen dagelijks gebruik, zonder de nokrichting automatisch door de bestaande looproute te laten bepalen.
Wanneer een standaardrichting niet past
Als beide richtingen op papier vergelijkbaar uitpakken, hoeft u niet koste wat kost een perfecte oost-west- of noord-zuidlijn te kiezen. Een lichte draai kan beter aansluiten op de beschikbare ruimte of op de toegang tot de tuin. Beoordeel dan de werkelijke ligging van de nok en de lichtinval, niet alleen het etiket van de richting. Bij een ontwerp met een afwijkende plattegrond is het bovendien nodig om te bekijken hoe de verschillende delen en dakvlakken zich tot de zon verhouden.
Bij de T-model-orangeriekas is de producttekening van de gekozen uitvoering het uitgangspunt. Markeer daarop de afzonderlijke dakvlakken en hun richting, in plaats van het hele ontwerp één oriëntatie toe te kennen. Bekijk ook of delen van de kas elkaar op de voor u belangrijke momenten kunnen beschaduwen; dat is niet af te leiden uit alleen de modelnaam of het vloeroppervlak. Vergelijk bij een schuine plaatsing vervolgens de werkelijke hoek met uw twee eerdere tekeningen. Een kleine afwijking hoeft niet doorslaggevend te zijn, maar kan wel veranderen wanneer zon langs een gebouw of boom de kas bereikt. Noteer uiteindelijk welke richting het beste aansluit op uw belangrijkste teeltmaanden, welke bedden daarvan profiteren en welk praktisch nadeel u eventueel accepteert. Daarmee berust uw keuze op concrete verschillen in uw tuin, niet op een kompasregel die overal zou moeten gelden.
Veelgestelde vragen
Welke nokrichting is het beste voor een kas?
Dat hangt af van de maanden waarin u de kas gebruikt, de vrije toegang van zonlicht tot de kas en de indeling van de binnenruimte. Een oost-westgerichte nok kan gunstig zijn als u in de winter het zuidelijk dakvlak wilt benutten. Een noord-zuidgerichte nok verdeelt de directe zon op een andere manier over de dag. Geen van beide is overal de beste keuze.
Is een oost-westgerichte kas altijd beter voor winterteelt?
Nee. Een oost-westgerichte nok geeft de kas een dakvlak aan de zuidkant, dat bij lage winterzon direct licht kan ontvangen. Dat voordeel telt vooral als de zon dit dakvlak kan bereiken. Gebouwen, bomen en de precieze dakvorm kunnen de uitkomst veranderen.
Levert een noord-zuidgerichte nok meer zonlicht op?
Niet automatisch. Bij deze richting verschuift de directe instraling over de dag van het oostelijke naar het westelijke dakvlak. Dat is een andere verdeling, geen garantie op meer licht. De werkelijke hoeveelheid hangt ook af van het seizoen, de kasvorm en schaduw op uw perceel.
Moet de nok precies op een windrichting liggen?
Nee. Oost-west en noord-zuid zijn handige hoofdrichtingen om te vergelijken, maar een tuinperceel of bestaande indeling kan een andere hoek vragen. Beoordeel daarom de werkelijke richting van de nok en de schaduw op de plek, in plaats van uit te gaan van een ideale kompaslijn.
Geldt deze vergelijking ook voor een muurkas?
Niet zonder meer. Bij een muurkas bepalen de gevel waaraan de kas grenst en de richting van het dakvlak mede hoe het zonlicht binnenvalt. Kijk naar de tekening van de gekozen uitvoering en beoordeel de oriëntatie van de kas samen met die van de muur.
De keuze tussen oost-west en noord-zuid draait om de zonnestand in de maanden waarin u de kas gebruikt, niet om een algemene regel. Een oost-westgerichte nok kan een voordeel bieden wanneer u het zuidelijke dakvlak in de winter wilt benutten; een noord-zuidgerichte nok verschuift de directe instraling over de dag. Leg beide richtingen met de echte kasmaat op dezelfde plattegrond en neem de schaduw, teeltindeling en toegang mee. Dan kiest u de oriëntatie die bij uw tuin en gebruik past.