Cookies, inclusief cookies van derden, worden gebruikt om de kwaliteit van de inhoud van deze website te verbeteren en aan te passen aan de behoeften van gebruikers. Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies en met eventuele communicatie als u uw contactgegevens invult in een van de formulieren die op de website moeten worden ingevuld.
Blog

Misvormde aardbeien in de kas: bestuiving of stress?

Misvormde aardbeien in de kas: bestuiving of stress?

AARDBEIEN IN DE KAS

Een kromme, puntige of aan één kant slecht uitgegroeide aardbei laat niet vanzelf zien wat er misging. Onvolledige bestuiving is in een kas een logische mogelijkheid, maar temperatuur rond de bloei, water- of wortelstress, schade en rasverschillen kunnen een vergelijkbaar beeld geven. Let daarom niet op één vrucht alleen: de bloem waaruit die ontstond, het patroon op de plant en de omstandigheden in dezelfde kaszone leveren samen bruikbaardere aanwijzingen.

Klassieke aluminium kas.

Hoe een aardbei haar vorm krijgt

Een aardbei is botanisch gezien een schijnvrucht: het rode, sappige deel is de uitgegroeide bloembodem. Aan de buitenkant zitten kleine nootjes, in de tuin vaak pitjes genoemd; elk nootje ontstaat uit een vruchtbeginsel van de bloem en is dus een afzonderlijk vruchtje. Eén bloem bevat veel vruchtbeginsels. Na bestuiving en bevruchting ondersteunen de ontwikkelende vruchtjes de groei van het omringende weefsel. Als een deel ervan niet tot ontwikkeling komt, kan de bloembodem daar minder ver uitzetten. Dat levert soms een smalle flank, een kuiltje of een scheve punt op. Het patroon vertelt hoe de vrucht ongelijk groeide, maar bewijst niet automatisch waarom dat gebeurde.

Veel aardbeienrassen zijn zelfvruchtbaar, maar daarvoor moet stuifmeel wel bij de stempels terechtkomen. Insecten, lichte beweging van de bloem en luchtstroming kunnen helpen om het stuifmeel te verspreiden. Zelfvruchtbaar betekent dus niet dat iedere bloem in een gesloten kas altijd volledig wordt bestoven. Het moment is belangrijk: de ontwikkeling van de jonge vrucht hangt mede af van wat er tijdens de bloei gebeurde. Zodra een aardbei al is uitgegroeid, kan extra bestuiving de vorm niet meer veranderen. Dit onderscheid helpt om een huidige misvormde vrucht niet te verwarren met een probleem dat nog bij latere bloemen kan worden aangepakt.

Welke vruchtvormen bij bestuivingsproblemen passen

Een eenzijdig ingedeukte of smalle bes, een punt die nauwelijks uitgroeit of een duidelijk scheve vrucht kan passen bij onvolledige bestuiving. Soms lijken de nootjes op de slecht ontwikkelde plek kleiner of minder ver ontwikkeld. Op een rijpe bes zijn die verschillen lastig te beoordelen; gebruik ze daarom niet als doorslaggevend kenmerk. Maak bij het vergelijken onderscheid tussen de vorm, de grootte en eventuele beschadigingen van het oppervlak. Een kleine maar gelijkmatig gevormde bes ziet er anders uit dan een bes waarvan slechts één kant achterblijft. Noteer die kenmerken afzonderlijk, ook als ze op dezelfde vrucht voorkomen. Let vervolgens op herhaling: hoeveel vruchten wijken af en hoeveel zien er normaal uit? Meerdere afwijkende vruchten uit dezelfde bloeiperiode, terwijl de rest van de plant er vitaal uitziet, maken een bloeigerelateerde oorzaak aannemelijker. Kijk ook of de afwijkingen op dezelfde rij of kasplek terugkomen.

Vergelijk vruchten van hetzelfde ras en ongeveer hetzelfde ontwikkelingsstadium. De eerste of grootste bes aan een bloemtros kan anders gevormd zijn dan de kleinere vruchten die later volgen, zonder dat dit op een algemeen probleem wijst. Ook druk op een jonge vrucht of bloemschade kan de vorm beïnvloeden. Neem daarom zowel normale als afwijkende vruchten in uw vergelijking op en noteer hun positie in de tros. Zo voorkomt u dat alleen de opvallendste bes uw beoordeling bepaalt. Bij een nieuwe teeltindeling kunt u de oppervlaktematen van de T-model-orangeriekas (16,52 tot 30 m²) gebruiken om ruimte te vergelijken. Teken de bedden en loopruimte apart in, zodat ook de achterste bloemtrossen bereikbaar blijven voor observatie.

Bestuiving beoordelen aan bloemen en jonge vruchten

Kijk naar de bloemen die op hetzelfde moment open zijn en naar insectenbezoek in de kas. Weinig bezoek kan aanleiding zijn om bestuiving nader te volgen, maar één korte observatie is geen bewijs: insecten kunnen op andere momenten actief zijn en stuifmeel kan ook door beweging worden verspreid. Bekijk daarnaast de bloemen zelf. Een beschadigd of donker centrum kan op bloemschade wijzen, terwijl een gezonde bloem niet garandeert dat alle vruchtbeginsels zijn bevrucht. De uiteindelijke vruchtvorm ontstaat later, dus koppel een waarneming tijdens de bloei aan de vrucht die uit die bloem groeit.

In een kleine teelt kunt u bij enkele pas geopende bloemen voorzichtig met een schone, zachte kwast langs het bloemcentrum gaan en die bloemen markeren. Vergelijk de latere vruchten met ongemarkeerde bloemen uit dezelfde bloeiperiode, bij voorkeur van hetzelfde ras en op een vergelijkbare plek. Noteer welke bloemen u met de kwast hebt behandeld, zodat u achteraf niet op uw geheugen hoeft af te gaan. Kijk naar de hele groep: één mooi gevormde vrucht na de behandeling zegt minder dan een terugkerend verschil tussen de twee groepen. Zo'n proef geeft hooguit een aanwijzing en verhelpt geen schade door hitte, kou of beschadiging. Bij een kaskeuze voor een volgende teelt verdient de toegang voor bestuivers afzonderlijk aandacht. De Piramidekas Bloomcabin Oasis heeft uitvoeringen van 5,53 tot 18,9 m². Bekijk bij de gekozen uitvoering waar de openingen zitten; de modelnaam en oppervlaktemaat geven daarover geen informatie.

Temperatuur en vocht rond de bloei

Temperatuurschommelingen kunnen de ontwikkeling van bloemen en stuifmeel beïnvloeden. In een kas kan het op een zonnige dag snel warmer worden dan verwacht, terwijl het bij een deur of langs de beglazing op andere momenten juist kouder kan zijn. Een probleem rond de bloei kan daardoor plaatselijk optreden. Kijk niet alleen naar een algemene meting in de ruimte: noteer ook waar de planten staan en wanneer u de temperatuur meet. Houd bij een vergelijking de meetplek herkenbaar, bijvoorbeeld door de rij en de afstand tot een deur te noteren. Schrijf erbij of de bloemen op dat moment in zon of schaduw stonden. Daarmee kunt u later nagaan of afwijkende vruchten uit een bepaalde plek en periode komen, in plaats van alle planten onder één algemene kasmeting te scharen. Condens op het glas vertelt niet precies hoe warm of vochtig het bij de bloemen was en bewijst op zichzelf geen bestuivingsprobleem.

Een eenvoudige registratie van dag- en nachttemperaturen tijdens de bloei is nuttiger dan achteraf gokken. Meet zo mogelijk in de buurt van de planten en noteer wanneer deuren of ramen open waren. Luchtverversing kan helpen om sterke uitschieters te beperken, maar geeft geen garantie op een goede vruchtzetting. Bij een kas met opslagruimte, zoals de aluminiumkas met opslagruimte, staan uitvoeringen van 5,52 tot 28,08 m² vermeld. Houd bij het plannen rekening met het verschil tussen de opgegeven oppervlakte en het deel dat u werkelijk voor teelt, toegang en observatie kunt gebruiken.

Klassieke kas van glas.

Water en voeding: signalen van groeistress

Watertekort, een sterk wisselende vochtigheid of langdurig natte wortels kunnen de groei van een aardbeiplant verstoren. Dat is vaker te zien aan meerdere vruchten die klein blijven of aan bladeren die slap hangen dan aan één enkele scheve bes. Controleer het vocht in de wortelzone en vergelijk verschillende plekken in het bed; het oppervlak kan droog lijken terwijl de grond eronder nog nat is, of andersom. Noteer bij elke controle wanneer de planten voor het laatst water kregen. Een waarneming vlak na het gieten is immers niet rechtstreeks te vergelijken met een controle vlak vóór de volgende watergift. Gebruik bij herhaalde controles dezelfde plekken en werkwijze, zodat uw aantekeningen bruikbaar blijven. Let ook op de afvoer van overtollig water. Een terugkerend verschil tussen planten langs dezelfde kant kan wijzen op ongelijke waterverdeling. Bekijk of daar ook de kleine vruchten en afwijkende bladeren voorkomen, voordat u de watergift voor het hele bed verandert.

Ook voeding kan de groei beïnvloeden, maar de vorm van één vrucht vertelt niet welke voedingsstof eventueel ontbreekt. Sterke bladgroei en weinig bloemen zijn bijvoorbeeld reden om de teeltomstandigheden breder te bekijken, niet om zonder meting extra mest toe te voegen. Controleer eerst groei, watergift en substraat; laat bij aanhoudende twijfel de bodem of het substraat beoordelen. Als u bedden en waterpunten voor een volgende teelt uittekent, geven de vermelde uitvoeringen van de Prestige-kas (3,77 tot 28,08 m²) een oppervlaktemaat om mee te vergelijken. Die maat zegt niets over aanwezige irrigatievoorzieningen.

De plant en wortelzone als geheel bekijken

Een probleem bij de wortels raakt meestal meer dan één vrucht. Let daarom op de hele plant: blijven bladeren klein, verkleuren ze, groeit de plant traag of ontstaan er weinig nieuwe bloemen? Zulke signalen kunnen samengaan met te natte of te droge grond, een slechte afwatering of andere problemen in de wortelzone. Als alleen één bes afwijkt en de plant verder normaal groeit, is een algemeen wortelprobleem minder voor de hand liggend, al is het daarmee niet uitgesloten. Vergelijk planten die onder dezelfde omstandigheden staan voordat u conclusies trekt.

Controleer bij potten of bakken of de vochtigheid en groei tussen de verschillende planten sterk uiteenlopen. Geef afwijkende planten een herkenbaar nummer en vergelijk ze met een normaal groeiende plant uit dezelfde teelt. Noteer daarbij niet alleen de vruchtvorm, maar ook bladkleur, nieuwe groei en het vocht in de wortelzone. Zo blijft zichtbaar of het om een afzonderlijke vrucht gaat of om meerdere afwijkingen aan dezelfde plant. In een bed kunt u nagaan of het patroon samenhangt met een bepaalde rij of plek. Trek een gezonde plant niet zomaar uit de grond; begin met deze zichtbare en eenvoudig te controleren kenmerken. Voor het plannen van verschillende teeltzones bieden de oppervlaktematen van de Bloomcabin Orangerie (47 tot 70 m²) een eerste vergelijkingspunt. Werk op uw plattegrond uit waar de bedden, waterpunten en toegankelijke controleplekken komen.

Vorstschade, insecten en andere oorzaken

Schade door kou kan al bij de bloem zichtbaar worden. Als het centrum van een bloem na een koude periode donkerbruin of zwart wordt, past dat bij beschadiging van de voortplantingsdelen; de vrucht kan daarna slecht zetten of ongelijk uitgroeien. Zo'n waarneming is informatiever wanneer u ook weet welke omstandigheden eraan voorafgingen. Bekijk daarom bloemen en jonge vruchtjes, niet alleen de rijpe aardbeien. Een vrucht die al misvormd is, maakt op zichzelf niet duidelijk of kou, bestuiving of een andere factor de oorzaak was.

Let ook op ruwe plekken, verkleuring of littekens op bloemen en jonge vruchten. Schade door kleine insecten of contact met materiaal kan het oppervlak aantasten en soms samengaan met een afwijkende vorm. Bekijk een paar planten en vergelijk de beschadigde met gezonde bloemen; een vergrootglas kan helpen om kleine insecten te zien. Ga niet meteen uit van één plaag op basis van de vruchtvorm alleen. Leg zichtbare sporen vast en zoek eerst uit wat er aanwezig is voordat u een bestrijdingsmaatregel overweegt. Bij twijfel kan een teeltadviseur helpen om de schade te herkennen.

Oorzaak zoeken met vergelijkingen en aantekeningen

Markeer enkele bloemen zodra ze open zijn, bijvoorbeeld met een label aan de plant, en noteer datum, rij en kasplek. Gebruik een herkenbare aanduiding voor iedere gevolgde bloem, zodat een foto van de latere vrucht aan de juiste bloeiwaarneming gekoppeld blijft. Fotografeer de bloem en later de jonge vrucht vanuit een vergelijkbare hoek. Neem ook een overzichtsfoto van de tros: een close-up toont de afwijking, maar niet altijd de positie tussen de andere vruchten. Schrijf op of u insecten zag, of de kas overdag sterk opwarmde en wanneer u water gaf. Maak in uw aantekeningen onderscheid tussen wat u zag of mat en wat u vermoedt. 'Geen insecten gezien tijdens deze controle' is bijvoorbeeld nauwkeuriger dan 'niet bestoven'. Een thermometer bij de planten kan herinneringen vervangen door metingen. Een eenvoudig overzicht met deze gegevens volstaat; het doel is de afwijkende vrucht terug te koppelen aan de bloeiperiode en plek waar ze ontstond.

Vergelijk daarna meerdere gemarkeerde bloemen. Als scheve vruchten vooral uit één bloeiperiode komen en de planten verder vitaal zijn, verdienen omstandigheden rond bestuiving en bloei extra aandacht. Als veel vruchten klein zijn en ook bladgroei of wortelzone afwijkend is, kijk dan breder naar water en teeltcondities. Schade op het oppervlak vraagt weer om een andere controle. Een kasindeling waarin u rijen goed kunt bereiken maakt die vergelijking praktischer. De klassieke aluminium kas wordt aangeboden in oppervlaktematen van 3,77 tot 28,08 m²; bedtoegang en loopruimte zijn aparte onderdelen van uw indeling.

Kas met een Accoya-opslaggedeelte.

Wat u voor de volgende bloei kunt aanpassen

Als u weinig bestuivers ziet, volg dan meerdere momenten en controleer of insecten de open bloemen kunnen bereiken. Wanneer het weer het toelaat, kunnen openingen en luchtbeweging helpen om de kasomgeving minder afgesloten te maken. Bij een kleine teelt kunt u daarnaast een beperkte proef met voorzichtig handmatig bestuiven uitvoeren. Als de metingen juist sterke temperatuurschommelingen laten zien, richt u dan op het beheersen van die schommelingen. Er bestaat geen universele instelling die voor elke kas, plek en bloeiperiode past; gebruik de omstandigheden rond de planten als leidraad.

Bij signalen van waterstress past een gelijkmatiger watergift mogelijk beter, terwijl langdurig natte grond juist om aandacht voor afwatering vraagt. Pas bemesting alleen aan als de plant, metingen of een beoordeling van de bodem daar aanleiding toe geven. Verander bij voorkeur één factor tegelijk en noteer vanaf welke datum u dat doet. Beoordeel het resultaat aan bloemen die daarna opengaan en de vruchten die daaruit ontstaan, niet aan bessen die al misvormd waren. Blijf ook vastleggen wat er verder veranderde, zoals het weer of het openen van ramen; anders is een verschil lastig aan uw aanpassing toe te schrijven. Een muur garandeert geen stabielere kastemperatuur: ligging en schaduw blijven bepalend. De aluminium muurkas heeft uitvoeringen van 3,69 tot 14,34 m². Beoordeel bij deze kaskeuze de beoogde standplaats en vergelijk waar uw teelt in zon, schaduw of nabij een opening komt te staan.

Plaatselijke verschillen binnen de kas

Als misvormingen steeds bij dezelfde wand, deur, opening of rij optreden, teken dan die plekken op een eenvoudige plattegrond in. Geef ook aan waar normaal gevormde vruchten groeien, zodat het overzicht niet alleen de probleemplekken laat zien. Gebruik dezelfde aanduidingen als op de plantlabels en vermeld de bloeiperiode bij uw waarnemingen. U kunt zo onderscheid maken tussen een plek waar het probleem terugkeert en een afwijking die slechts in één periode optrad. Kijk of er ook verschillen zijn in zon, schaduw, luchtbeweging of watergift. Een kas kan kleine klimaatverschillen bevatten die u niet merkt als u alleen naar één centrale plek kijkt. Het patroon op de plattegrond helpt om gerichter te meten, zonder meteen het kasmodel als oorzaak aan te wijzen. Bij een nieuwe teelt kunt u dat overzicht gebruiken om de bedden en paden zo in te tekenen dat alle rijen voor controles bereikbaar zijn.

Bij het vergelijken van kassen zijn de werkelijk beschikbare teeltruimte, bereikbaarheid en positie van openingen nuttiger dan een modelnaam alleen. De Limited Edition-kas wordt aangeboden in oppervlaktematen van 3,77 tot 28,08 m². Gebruik zo'n maat als eerste ruimtelijke vergelijking, maar leid er geen ventilatiecapaciteit of geschikt microklimaat uit af. Bekijk voor een gekozen uitvoering welke openingen en indelingsmogelijkheden aanwezig zijn en houd rekening met de omstandigheden op de uiteindelijke standplaats. Een andere kasvorm kan de diagnose van al gevormde aardbeien niet vervangen.

Veelgestelde vragen

Betekent een scheve aardbei altijd dat de bestuiving niet goed ging?

Nee. Onvolledige bestuiving kan een eenzijdig onderontwikkelde vrucht veroorzaken, maar ook rasverschillen, bloemschade, temperatuur, waterstress en plagen spelen mee. Kijk of meerdere vruchten uit dezelfde bloeiperiode hetzelfde patroon vertonen en beoordeel ook de bloemen en de plant.

Kunnen aardbeien zichzelf bestuiven in een kas?

Veel aardbeienrassen zijn zelfvruchtbaar, maar stuifmeel moet nog steeds van de helmknoppen bij de stempels komen. Insecten, beweging van bloemen en luchtstroming kunnen daarbij helpen. Zelfvruchtbaarheid betekent dus niet dat iedere bloem vanzelf volledig wordt bestoven.

Kan ik een misvormde aardbei later nog recht laten groeien?

Meestal niet. De vorm ontstaat tijdens de bloei en de eerste groei van de vrucht. Zodra een bes al ongelijk is uitgegroeid, maakt extra bestuiving of water de bestaande vorm doorgaans niet meer gelijk. U kunt wel de omstandigheden voor latere bloemen verbeteren.

Moet ik extra mest geven bij misvormde aardbeien?

Niet op basis van de vruchtvorm alleen. Een voedingsprobleem is mogelijk, maar dezelfde vormafwijking kan andere oorzaken hebben. Beoordeel ook bladgroei, wortelzone en watergift. Meet of laat het substraat onderzoeken voordat u de bemesting aanpast.

Wanneer is er waarschijnlijk meer aan de hand dan een bestuivingsprobleem?

Let op terugkerende afwijkingen aan veel planten, kleine vruchten met slappe groei, verkleuring van bladeren, schade aan bloemen of sporen op jonge vruchten. Zulke signalen maken controle van water, wortels, temperatuur en plagen zinvol. Bij aanhoudende problemen kan een teeltadviseur helpen de combinatie van symptomen te beoordelen.

De vorm van een misvormde aardbei is vooral een aanwijzing voor wat er tijdens de bloei en vroege vruchtgroei kan zijn gebeurd. Een eenzijdig onderontwikkeld deel past bij onvolledige bestuiving, terwijl veel kleine vruchten met afwijkende bladgroei eerder aanleiding geven om water, wortels en temperatuur te beoordelen. Geen enkel uiterlijk kenmerk geeft op zichzelf zekerheid. Vergelijk daarom meerdere bloemen en vruchten uit dezelfde periode en kijk steeds naar de plant en de kasplek erbij.

45% BETERE PRIJS WANNEER U ONLINE KOOPT
Handelen op internet is handig en winstgevend
Vraag ons
Neem contact met ons op
Telefoon:
E-mail:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Reg.nr.:
38944924
Adres:
Thriges Plads 6, 5000 Odense C, Denmark
Sociale media
Volg ons op Instagram, Facebook en Twitter. Daar vind je het laatste nieuws en de beste aanbiedingen van Bloomcabin.
X
Heeft u vragen en wilt u dat wij u terugbellen?
+31
−
✖