Cookies, inclusief cookies van derden, worden gebruikt om de kwaliteit van de inhoud van deze website te verbeteren en aan te passen aan de behoeften van gebruikers. Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies en met eventuele communicatie als u uw contactgegevens invult in een van de formulieren die op de website moeten worden ingevuld.
Blog

Welk schaduwdoek past bij uw kas?

Welk schaduwdoek past bij uw kas?

Kas en teelt

Een schaduwdoek kiest u niet op basis van één percentage op de verpakking. De juiste lichtreductie hangt af van het gewas, de groeifase en de hoeveelheid licht die op de teeltplek aankomt. Een meting boven één plant of op één zonnige middag vertelt maar een deel van het verhaal. Meet daarom op gewashoogte, breng verschillen binnen de kas in kaart en beoordeel de positie van het doek mee. Zo voorkomt u dat u op één warm moment reageert met beschaduwing die de rest van het seizoen te veel licht wegneemt.

Buitenzijde van een T-modelkas

Een schaduwpercentage zegt niet wat uw gewas nodig heeft

Een schaduwpercentage beschrijft hoeveel licht een doek volgens een bepaalde meetmethode tegenhoudt; het vertelt niet hoeveel beschaduwing een gewas nodig heeft. Hetzelfde getal op twee etiketten hoeft bovendien niet op dezelfde proefmethode of omstandigheden te berusten. In uw kas bepalen ook het kasdek, vuil, de zonhoek, bewolking en de plek van het doek hoeveel licht uiteindelijk bij de planten komt. Gebruik het percentage daarom als productspecificatie om doeken te vergelijken, niet als teeltadvies. Bepaal eerst of er werkelijk te veel licht is, op welke momenten dat optreedt en welke planten of bedden het betreft.

Temperatuur en licht hangen samen, maar zijn geen uitwisselbare problemen. Een warme kas bewijst niet dat het gewas te veel licht krijgt; ventilatie, luchtvochtigheid en waterbeschikbaarheid spelen eveneens mee. Noteer temperatuur dus naast licht als warmte de aanleiding is, zonder de oorzaak alvast aan het doek toe te schrijven. Schaduwdoek verlaagt de instraling, maar corrigeert niet automatisch een ventilatieprobleem. Een plant die op een felle middag slap hangt, kan bijvoorbeeld ook waterstress ervaren; zo’n moment bewijst niet dat de dagelijkse lichtsom te hoog is. Volg terugkerende patronen over meerdere dagen, in plaats van de keuze op de heetste of zonnigste dag te baseren. Zo voorkomt u onnodig zware beschaduwing en lichttekort later in het seizoen.

Kijk naar de lichtbehoefte van gewas en groeifase

Zoek eerst de lichtinformatie voor de soort en, waar beschikbaar, het ras dat u teelt. Richtwaarden kunnen zijn uitgedrukt als momentane intensiteit of als totale hoeveelheid licht per dag; vergelijk alleen gegevens met dezelfde eenheid. De behoefte kan veranderen tussen opkweek, bladgroei, bloei en vruchtvorming. Ook de plantdichtheid telt: een dicht bladerdek beschaduwt lagere bladeren, terwijl potten op een rand of langs de gevel een andere lichtsom krijgen dan het midden van een bed. Noteer dus gewas, groeifase en plek. Leg ook vast of u vooral blad, bloemen of vruchten kweekt; de algemene omschrijving ‘veel licht’ is te vaag om er rechtstreeks een doekpercentage aan te koppelen.

Voor fotosynthetisch actief licht worden vaak PPFD en DLI gebruikt. PPFD beschrijft de hoeveelheid lichtfotonen die op één moment per oppervlakte-eenheid aankomt, doorgaans in µmol/m²/s. De DLI, oftewel dagelijkse lichtsom, telt die hoeveelheid gedurende de dag op en wordt meestal weergegeven in mol/m²/dag. Een hoge meting midden op de dag kan samengaan met een bescheiden dagtotaal als het vroeg en laat bewolkt is; een van beide waarden volstaat dus niet altijd. Sluit aan bij de meeteenheid in het teeltadvies en houd rekening met het seizoen waarvoor die informatie geldt. Staat er alleen een algemene omschrijving, vraag dan uw leverancier of teeltbegeleider om een bruikbare interpretatie voor het gewas en de groeifase.

Meet de lichtintensiteit op gewashoogte

Gebruik voor een keuze op basis van plantlicht bij voorkeur een PAR-quantumsensor die PPFD aangeeft; een logger die ook DLI berekent, maakt het dagverloop zichtbaar. Zet de sensor op hoogte van het gewas, met het meetvlak horizontaal en vrij van uw eigen schaduw. Meet waar de bladeren het licht ontvangen, niet uitsluitend boven het looppad of vlak onder het dak. Bij hoge planten kan één meetvlak niet alles beschrijven; meet zo nodig op relevante gewashoogten. Noteer datum, tijd, plaats en bewolking, zodat u later weet welke omstandigheden bij de waarde hoorden. Volg bij een logger ook de instructies voor gebruik en opslag.

Een luxmeter of telefoonapp is geen gelijkwaardig alternatief voor een PAR-meting: lux is afgestemd op het menselijke zicht en kan anders reageren op verschillende lichtkleuren. Met hetzelfde apparaat kunt u soms wel relatieve verschillen tussen plekken volgen, maar gebruik de uitkomst niet alsof het een exacte PPFD- of DLI-waarde is. Teken een eenvoudige plattegrond en leg meetpunten vast. Als u de grootte van de kas meeneemt, helpen productpagina’s met vloeroppervlakken om de schaal te begrijpen: de kas met ingebouwde opslagruimte uit de Limited Edition is vermeld in varianten van 5,52 tot 28,08 m². Dat vloeroppervlak is een referentie voor uw meetplan, geen specificatie van daklicht of doekmaat. Vergelijk binnen- en buitenwaarden bovendien niet zonder rekening te houden met het kasdek.

Vergelijk metingen over de hele kas

Een meting op één centrale plek kan een felle strook langs de zijkant of een donkere hoek missen. Verdeel de meetpunten daarom over de plekken waar u daadwerkelijk kweekt: bij randen, in het midden en onder zones die door bomen, een muur of de kasconstructie anders worden beschaduwd. Vergelijk alleen waarden die op gelijke hoogte en met dezelfde sensor zijn verzameld. Het doel is geen dicht meetraster, maar een kaart waarop verschillen groot genoeg zijn om een aparte teeltzone of een deel van het doek te overwegen. Een groter kasoppervlak vraagt vanzelf om meer aandacht voor spreiding dan één centraal getal.

Meet op verschillende momenten van de dag en herhaal dit op dagen met uiteenlopende bewolking. De zon verplaatst zich; een bed dat ’s ochtends licht krijgt, kan in de middag door een nabijgelegen object in de schaduw liggen. Een handmeting is een momentopname, terwijl een logger laat zien hoe lang een hoge of lage waarde aanhoudt. Maakt u een meetkaart voor een Bloomcabin Prestige kas, geef dan elk meetpunt een vaste aanduiding en noteer de bijbehorende teeltzone. Houd plaatsverschillen en tijdsverschillen uit elkaar: twee waarden op verschillende plekken én verschillende tijdstippen zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar. Noteer daarom bij iedere waarde waar en wanneer u hebt gemeten. Zo kunt u later herkennen of vooral de locatie of het dagverloop aanleiding geeft tot beschaduwing.

T-modelkas in de tuin

Lees het percentage op het doek zorgvuldig

Lees nauwkeurig wat het vermelde percentage betekent. Als ‘40% schaduw’ volgens de fabrikant een reductie van 40% in de genoemde lichtmeting aanduidt, blijft onder die testomstandigheden ongeveer 60% over. Dat is niet automatisch 60% van de lichtsom op uw planten: de kasbeglazing, de plaats van het doek en veranderende zoncondities tellen mee. Soms vermelden aanbieders lichttransmissie, soms lichtreductie of een schaduwfactor; die termen zijn niet zomaar omwisselbaar. Vraag bij onduidelijkheid naar de meetmethode, het gemeten lichtgebied en de vraag of de waarde onder vaste omstandigheden is bepaald. Vergelijk geen percentages voordat die definitie helder is.

Vertaal uw metingen naar de gewenste verandering op de plekken waar de planten staan. Heeft alleen één bed op heldere middagen een overschot, dan kan een plaatselijk of tijdelijk doek logischer zijn dan een sterke reductie boven de hele kas. Controleer daarna of de dagelijkse lichtsom nog past bij de teelt. Ook bij het kiezen van beschaduwing voor een ruime orangerie blijft de teeltzone het uitgangspunt, niet alleen het totale kasoppervlak. Schrijf per zone op welke lichtwaarde u wilt vergelijken en op welke momenten beschaduwing nodig lijkt. Daarmee kunt u doeken beoordelen op de gewenste lichtreductie zonder één percentage voor alle planten te kiezen. Houd die vergelijking gescheiden van het opmeten van de benodigde doekmaat.

Kies een plek die past bij de zon en uw teelt

De juiste plek volgt uit de lichtkaart en de dagelijkse zonbaan, niet alleen uit de kasvorm. Bekijk wanneer direct licht de teeltzones bereikt en waar schaduw van een haag, gebouw of boom gedurende de dag valt. Let ook op veranderingen in het seizoen: de stand van de zon verschuift, zodat een vaste doekpositie later een ander deel van de kas kan beschaduwen. Een schaduwdoek over het hele dak kan een gelijkmatiger effect geven, maar is niet vanzelfsprekend nodig. Soms is het doel juist één strook of bed tegen een terugkerende piek te beschermen. Controleer op verschillende dagen of die plek inderdaad steeds de meeste instraling krijgt.

Bij gemengde teelten kunt u planten met vergelijkbare lichtbehoefte bij elkaar houden en de beschaduwing op die zones afstemmen. Houd rekening met licht dat vanaf de zijkant binnenvalt; alleen het dak afdekken maakt een bed niet noodzakelijk overal even donker. Breng voor een klassieke aluminium kas de teeltbedden, ramen en bestaande schaduw op dezelfde plattegrond in kaart. Markeer vervolgens welk deel u wilt beschaduwen en welke meetpunten daarbij horen. Vergelijk die indeling met de lichtkaart: liggen de planten waarvoor u het doek kiest daadwerkelijk in de beoogde schaduwzone? Neem ook de randen van die zone mee. Zo koppelt u de doekpositie aan de gewasindeling, in plaats van alleen aan een gemakkelijk af te dekken kasvlak.

Lichtinval bij een doek binnen of buiten de kas

Een doek kan aan de buitenkant van het kasdek of aan de binnenkant zitten; dat is niet alleen een montagekeuze. Buiten ligt het doek vóór de beglazing in de lichtweg, binnen komt het licht eerst door het kasdek. Dezelfde opgegeven reductie voorspelt daardoor niet zonder meer dezelfde meting op gewashoogte. Meet in de beoogde opstelling of vraag naar gegevens voor die toepassing. Bij een aluminium muurkas kan de aangrenzende wand bovendien invloed hebben op de lichtinval. Neem die bestaande begrenzing mee wanneer u de doekpositie bepaalt. Kijk ook of licht via onbedekte zijkanten binnenvalt. Leg vast of de vergeleken lichtwaarden met een binnen- of buitendoek zijn verkregen, zodat u verschillende opstellingen niet als gelijk behandelt.

Controleer vóór bevestiging of het gekozen doek volgens de kas- en doekhandleiding op die plek gebruikt mag worden. Laat ventilatieramen, schuifdeuren en onderhoudstoegang vrij; een doek dat de bediening hindert, kan in de praktijk niet goed worden gebruikt. Bij een buitenopstelling moet u nagaan welke bevestiging en belasting de kasconstructie volgens de fabrikant aankan. Ga er niet van uit dat ieder tuinkasdak geschikt is voor externe beschaduwing of extra bevestigingspunten. Controleer ook of het doek geen bewegende ramen of andere onderdelen raakt. Geeft de documentatie hierover geen uitsluitsel, vraag dan de kasleverancier of een vakbekwame professional om advies voordat u iets aan het frame vastmaakt.

Kies een doek dat u kunt aanpassen

De timing bepaalt mede welk gebruik bij uw teelt past. Een permanent vast doek houdt ook licht tegen op dagen of in perioden waarin u geen beschaduwing nodig hebt. Een oprolbaar, verschuifbaar of seizoensmatig aangebracht doek biedt meer ruimte om op meetresultaten te reageren, maar vraagt om een veilige, praktische bediening en passende bevestiging. Niet iedere uitvoering is bedoeld voor binnen én buiten; controleer dat op het gegevensblad. Bepaal ook of u de hele kas, één zone of alleen bepaalde uren wilt beschaduwen. Denk daarbij aan de lichtbehoefte door het seizoen heen, niet alleen aan de zonnigste periode. Kies niet automatisch het hoogste percentage omdat het op een warme dag prettig lijkt.

Let bij vergelijking naast het percentage op de opgegeven lichttransmissie, het type meting, binnen- of buitentoepassing, afmetingen en montagewijze. Kleur alleen zegt niet betrouwbaar hoeveel bruikbaar plantlicht wordt doorgelaten; vraag om gegevens voor de uitvoering die u daadwerkelijk koopt. Wilt u een doek gebruiken in een aluminium kas uit de Limited Edition, beoordeel dan ook hoe u het kunt wegnemen of terugplaatsen wanneer de lichtbehoefte verandert. Is dat volgens de handleiding haalbaar op de gekozen plek, en blijft de bediening bereikbaar? Maak onderscheid tussen de eigenschappen van het doek en de mogelijkheden van de bevestiging. Een passend lichtpercentage zegt nog niet of u het doek praktisch kunt gebruiken. Vraag de leverancier om verduidelijking als de productspecificatie de beoogde toepassing niet beschrijft.

Overzichtsbeeld van een T-modelkas

Beoordeel het effect na plaatsing

Beoordeel een eerste plaatsing als een proef, niet als definitief bewijs na één losse meting. Meet vóór en na het aanbrengen op dezelfde gewashoogte en dezelfde punten, liefst met gelijke sensororiëntatie en vergelijkbare weersomstandigheden. Noteer of het doek geheel of gedeeltelijk gesloten was, en verander tijdens de vergelijking niet tegelijk de teeltindeling of andere lichtwering. Bij wisselende bewolking helpt een tweede sensor buiten de kas om veranderingen in het buitenlicht te volgen; anders kunnen twee uiteenlopende dagen een vertekend verschil opleveren. Herhaal de meting waar mogelijk op meer dan één dag. Vergelijk de dagelijkse lichtsom wanneer dat uw teeltdoel is, niet alleen de hoogste momentwaarde.

Volg daarnaast hoe het gewas zich ontwikkelt, maar gebruik plantreacties niet als enige meetinstrument. Bleke plekken, verbrande randen of slappe bladeren kunnen verschillende oorzaken hebben; ze bewijzen op zichzelf geen verkeerde doekkeuze. Leg datum, groeifase, watergift en zichtbare veranderingen kort vast en vergelijk die notities met de lichtmetingen. Kweekt u in een T-model orangerie kas, gebruik dan de vaste zoneaanduidingen van uw meetkaart ook voor deze gewasnotities. Zo blijft duidelijk welke planten bij welke lichtwaarden horen. Kijk of een verandering op meerdere planten in dezelfde zone terugkomt, in plaats van op één blad af te gaan. Vergelijk vervolgens de zones afzonderlijk: een gunstige uitkomst op één bed is nog geen beoordeling van alle gebruikte teeltplekken.

Doekmaat, bevestiging en onderhoud vóór aankoop

Controleer vóór aankoop niet alleen de doekmaat, maar ook wat het gebruik aan onderhoud vraagt. Lees in de gebruikshandleiding hoe u het doek moet schoonmaken, inspecteren en opbergen. Beoordeel of u daar op de gekozen plek voldoende toegang voor hebt, zonder ramen, deuren of ventilatie te belemmeren. Een doek dat u seizoensmatig gebruikt, moet u ook volgens de instructies kunnen verwijderen en terugplaatsen. Bewaar het technische blad en de handleiding bij uw meetlog, met de gegevens van de gekozen uitvoering. Daarmee houdt u de oorspronkelijke productspecificaties en uw eigen waarnemingen uit elkaar. Na plaatsing kunt u dan zowel de lichtmetingen als de toestand van het doek volgen.

Meet het vlak waarop het doek komt te liggen in plaats van de kasvloer als maat te gebruiken; schuine of onderbroken dakvlakken en gewenste overlap veranderen de benodigde doekmaat. Zo vermeldt de pagina van de piramidekas kasoppervlakken van 5,53 tot 18,9 m², maar niet de benodigde doekmaat of toegestane bevestigingsbelasting. Noteer de maten van de afzonderlijke vlakken die u wilt bedekken en houd ze gescheiden van het vloeroppervlak. Gebruik voor de bevestiging de gegevens van uw eigen model en laat onduidelijke vragen beantwoorden door de fabrikant of een vakbekwame professional. Volg ook de inspectie-instructies van de doekleverancier; vervuiling of schade kan de werking en de lichtverdeling veranderen.

Veelgestelde vragen

Betekent 40% schaduw dat er nog 40% licht overblijft?

Niet als de fabrikant met 40% een lichtreductie van 40% bedoelt: onder de vermelde meetomstandigheden blijft dan ongeveer 60% over. Controleer eerst hoe het percentage is gedefinieerd. De meting op gewashoogte in uw kas kan door de beglazing, doekpositie en omstandigheden anders uitvallen.

Kan ik het juiste schaduwpercentage bepalen met een luxmeter?

Een luxmeter meet licht zoals het menselijk oog dat waarneemt en is daarom geen rechtstreekse vervanging voor een PAR-meter. Met hetzelfde apparaat kunt u soms verschillen tussen kasplekken volgen, maar gebruik luxwaarden niet als exacte PPFD- of DLI-waarden.

Moet schaduwdoek het hele kasdek bedekken?

Niet per se. Als metingen laten zien dat vooral één bed of zone op bepaalde momenten veel licht krijgt, kan plaatselijke of tijdelijke beschaduwing een optie zijn. Meet ook langs de zijkanten en op andere tijdstippen: licht valt niet uitsluitend via het dak binnen.

Is een hoger schaduwpercentage altijd beter tegen warmte?

Nee. Een hogere lichtreductie kan ook licht wegnemen dat het gewas nodig heeft, en lost niet automatisch een ventilatieprobleem op. Meet licht en temperatuur afzonderlijk en bepaal eerst welk probleem u wilt aanpakken.

Hoe controleer ik of het doek goed werkt?

Vergelijk metingen vóór en na plaatsing op dezelfde punten en op gewashoogte, bij vergelijkbare omstandigheden. Kijk naar de dagelijkse lichtsom als die relevant is voor uw teelt. Gebruik plantreacties als aanvullende informatie, niet als enig bewijs.

Een passend schaduwdoek begint bij de lichtbehoefte van uw teelt en metingen op de plekken waar de planten groeien. Vergelijk daarna pas de percentages en bepaal waar en wanneer beschaduwing nodig is. Zo wordt de keuze geen gok op basis van één zonnige middag, maar een onderbouwde afweging die u na plaatsing met nieuwe metingen kunt toetsen.

45% BETERE PRIJS WANNEER U ONLINE KOOPT
Handelen op internet is handig en winstgevend
Vraag ons
Neem contact met ons op
Telefoon:
E-mail:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Reg.nr.:
38944924
Adres:
Thriges Plads 6, 5000 Odense C, Denmark
Sociale media
Volg ons op Instagram, Facebook en Twitter. Daar vind je het laatste nieuws en de beste aanbiedingen van Bloomcabin.
X
Heeft u vragen en wilt u dat wij u terugbellen?
+31
−
✖