Cookies, inclusief cookies van derden, worden gebruikt om de kwaliteit van de inhoud van deze website te verbeteren en aan te passen aan de behoeften van gebruikers. Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies en met eventuele communicatie als u uw contactgegevens invult in een van de formulieren die op de website moeten worden ingevuld.
Blog

Waar plaatst u een thermostaat voor betrouwbare kasverwarming?

Waar plaatst u een thermostaat voor betrouwbare kasverwarming?

Kasverwarming

Een thermostaat stuurt de kasverwarming op basis van de temperatuur bij zijn sensor, niet op basis van een gemiddelde voor de hele kas. Staat de voeler in de zon, vlak bij de kachel of in een tochtstroom, dan kan de verwarming reageren op omstandigheden die niet representatief zijn voor de teeltzone. Met een geschikte sensorplek en een tweede meetpunt controleert u of de regeling aansluit bij de temperatuur rond uw planten.

Buitenzijde van een orangeriekas

De thermostaat meet alleen de temperatuur bij de sensor

Een thermostaat meet de temperatuur rond zijn sensor, niet automatisch het gemiddelde van de hele kas. Bij een regelaar met ingebouwde voeler is dat de lucht rond het bedieningskastje; bij een uitvoering met losse voeler telt de plek waar die voeler hangt. De regeling gebruikt die lokale waarde om de verwarming te schakelen. Een display kan dus correct functioneren terwijl de temperatuur een paar meter verderop afwijkt door zon, een verwarmingsbron, tocht of de kasindeling. De sensorlocatie bepaalt welke zone als maatstaf geldt; hij meet niet rechtstreeks de temperatuur van bladeren, potgrond of wortels.

Lees eerst na waar de thermostaat de temperatuur opneemt: in het kastje zelf of met een aparte voeler. Dat bepaalt of u het bedieningskastje los van het meetpunt kunt plaatsen. Maak ook onderscheid tussen de ingestelde temperatuur en de gemeten temperatuur. De eerste is de waarde die u kiest; de tweede is de waarde die de sensor op zijn eigen plek registreert. Kijk in de gebruiksaanwijzing welke van beide het display toont, zodat u bij een controle geen verschillende waarden met elkaar vergelijkt. Bepaal vervolgens welk deel van de kas de regeling moet vertegenwoordigen. De ingestelde temperatuur is geen garantie dat elke plek in de kas die temperatuur heeft bereikt. Als de meting bij de planten afwijkt van de sensormeting, onderzoek dan eerst de plaatsing. Alleen de instelling aanpassen maakt niet duidelijk of het verschil door de meetplek of door de omstandigheden elders in de kas ontstaat.

Kies een meetpunt op gewashoogte

Plaats de sensor op de hoogte van het gewas waarvan u de temperatuur wilt volgen. Een voeler onder de nok meet de lucht hoog in de kas; vlak bij de vloer meet hij juist dicht bij de grond. Geen van beide plekken hoeft overeen te komen met de omstandigheden rond planten op een tafel of in potten. Kies een vrij punt binnen de teeltzone, waar lucht rondom de sensor kan bewegen. Laat bladeren de voeler niet raken en plaats hem niet zo dicht bij een pot of stelling dat die de meting overheerst.

De geschikte hoogte hangt af van de planten en de indeling, niet van één universele maat. De aluminium klassieke kas is verkrijgbaar in uitvoeringen van 3,77 tot 28,08 m². Geef bij het plannen van de inrichting aan waar planten in de grond staan, waar u potten neerzet en waar u een teelttafel gebruikt. Daarmee wordt duidelijk welke gewashoogte u met de thermostaat wilt volgen. Meet u voor planten op een tafel, gebruik dan hun positie als uitgangspunt en niet de hoogte van de vloer eronder. Staan er gewassen op meerdere hoogtes, noteer dan welke groep het regelpunt vertegenwoordigt en welke groep u apart met een thermometer controleert. Zo heeft de gekozen sensorhoogte een duidelijke functie. Bij het vergelijken van kasuitvoeringen is daarom niet alleen de oppervlakte van belang, maar ook de ruimte die u voor de verschillende plantplekken wilt reserveren.

Voorkom dat direct zonlicht de sensor opwarmt

Zonlicht kan een sensor rechtstreeks opwarmen, ook wanneer de lucht eromheen nog koeler is. De thermostaat registreert dan een hogere waarde dan de luchttemperatuur rond uw planten en kan de verwarming eerder uitschakelen. Vooral wanneer een deel van de kas zonnig is en een ander deel in de schaduw ligt, kan dat verschil ertoe doen. Een controle op één zonnig moment laat niet zien of de sensor ook op andere tijdstippen representatief meet.

Kies een plek die op zonnige momenten niet rechtstreeks wordt beschenen, maar waar de lucht wel vrij langs de voeler kan stromen. Een gesloten afdekking kan de lucht rond de sensor stilzetten en daarmee de meting beïnvloeden. Gebruik zo nodig alleen een afscherming die voor het betreffende sensortype is toegestaan. Bekijk de beoogde plek op verschillende momenten van de dag: een punt dat tijdens het plaatsen in de schaduw ligt, kan later toch zon krijgen. Noteer bij een afwijkende meting daarom ook of er op dat moment licht op de voeler viel. Dat helpt om een verschil door directe instraling te onderscheiden van een temperatuurverschil tussen twee teeltplekken. Bij de Piramide-type kas Bloomcabin Oasis zijn uitvoeringen beschikbaar van 5,53 tot 18,9 m². Beoordeel de lichtinval in de gekozen uitvoering met de geplande inrichting; de modelnaam alleen bepaalt geen geschikte sensorplek.

Houd afstand tot de verwarming en kasoppervlakken

Vlak bij de verwarming kan de sensor sneller op temperatuur komen dan de rest van de teeltzone. De regeling kan daardoor uitschakelen terwijl planten verderop nog in koelere lucht staan. Vermijd dus de directe warme luchtstroom en houd rekening met de manier waarop de verwarming warmte afgeeft. Daarvoor bestaat geen vaste afstand die voor elk apparaat geschikt is; raadpleeg de plaatsingsinstructies van de verwarming en de thermostaat.

Een voeler tegen een wand, vloer, kasdek of frame meet niet hetzelfde als een vrijhangende sensor in de lucht. Oppervlakken reageren anders op zon en buitenlucht, waardoor de lokale meting kan afwijken. Bij een muurkas zijn de wand en de plek van de openingen onderdeel van de omgeving die u moet beoordelen. Neem niet aan dat elk punt langs die wand dezelfde luchtcondities heeft. Maak bij het kiezen van een bevestigingsplek onderscheid tussen de steun waaraan u de voeler bevestigt en het punt waar de voeler zelf meet. Een handig bereikbaar frame is niet vanzelf een representatief meetpunt. Controleer volgens de plaatsingsaanwijzingen of de sensor vrij van het oppervlak blijft. Beoordeel vervolgens afzonderlijk of hij ook buiten de directe invloed van de verwarming hangt. Zo voorkomt u dat u uitsluitend op een gemakkelijke bevestiging afgaat en de omstandigheden rond de sensor over het hoofd ziet.

Orangeriekas in een tuin

Vermijd tocht bij deuren en ventilatieopeningen

Een deur, raam of ventilatieopening kan tijdelijk een koude luchtstroom veroorzaken. Staat de sensor daarin, dan reageert de thermostaat op die lokale afkoeling in plaats van op de omstandigheden in het grootste deel van de teeltzone. Plaats de voeler daarom niet direct naast een opening of op een plek waar koude buitenlucht rechtstreeks binnenkomt. Dat is iets anders dan de normale luchtbeweging die nodig is voor een representatieve meting. Een volledig beschutte hoek is evenmin ideaal: daar kan de lucht juist nauwelijks bewegen.

Bedenk ook welk deel van de kas de sensor moet vertegenwoordigen als er een aparte opslagruimte is. Bij een kasmodel met ingebouwde opslagruimte moet u nagaan of het opslag- en teeltgedeelte dezelfde luchtzone vormen en welk deel door de thermostaat wordt geregeld. Een voeler in de opslagruimte is niet vanzelfsprekend geschikt om de temperatuur rond planten te meten. Bekijk daarom waar de eventuele scheiding zit en welke deuren toegang geven tot de teeltzone. Noteer bij een controlemeting of die deuren open of gesloten waren, vooral als u waarden van verschillende momenten vergelijkt. Een meetpunt dat gekozen is omdat het bedieningskastje daar gemakkelijk bereikbaar is, hoeft niet geschikt te zijn voor de voeler. Houd bereikbaarheid van de bediening en representativiteit van de meting als twee afzonderlijke eisen aan. Bij een losse sensor kunt u die plekken alleen apart kiezen als de uitvoering van de thermostaat dat toelaat.

Eén sensor vertegenwoordigt niet altijd een grote kas

Temperatuurverschillen kunnen ontstaan tussen de plek bij de verwarming, een zonnige zijde en een teeltgedeelte verderop. Een thermostaat met één sensor berekent daarvan geen gemiddelde en kan een warme en koude plek niet afzonderlijk herkennen. Plaats het regelpunt daarom in de zone die voor uw teelt het belangrijkst is. Controleer daarnaast andere plekken met een losse thermometer. Zo ziet u of de sensorwaarde ook bruikbaar is voor de rest van de kas.

Bij een ruime kas is het zinvol vooraf te bedenken welke zones u afzonderlijk wilt volgen. De ruime Bloomcabin Orangerie is verkrijgbaar met oppervlakten van 47 tot 70 m²; alleen de oppervlakte vertelt niet hoe de planten of de verwarming in een specifieke uitvoering zijn geplaatst. Teken voor uw metingen een eenvoudige plattegrond met de verwarming, de belangrijkste plantgroepen en het regelpunt. Geef de controleplekken een herkenbare naam, bijvoorbeeld de teelttafel of het bed aan de andere zijde. Daardoor kunt u later terugzien welk deel van de kas bij een afwijkende waarde hoorde. Het doel is niet om zoveel mogelijk meetpunten te verzamelen, maar om de relevante verschillen tussen plantplekken zichtbaar te maken. Een extra thermometer meet daarbij alleen de temperatuur en regelt de verwarming niet automatisch. Afzonderlijke regeling is alleen een optie als de verwarmingsinstallatie daarvoor is ontworpen.

Beoordeel de sensorplek opnieuw als de indeling verandert

Een meetpunt dat eerst goed werkt, kan minder representatief worden nadat u planten, tafels of stellingen verplaatst. Ook hoger groeiende planten, een verplaatste verwarming of een nieuwe afscherming kunnen de luchtstroom en de lokale temperatuur beïnvloeden. De lichtinval verandert bovendien door de loop van de seizoenen. Controleer de sensorplek daarom opnieuw wanneer de kasindeling wezenlijk verandert of wanneer metingen rond de planten niet meer overeenkomen met de gemeten temperatuur op het display.

De aluminium Limited Edition-kas is verkrijgbaar in uitvoeringen van 3,77 tot 28,08 m². Een meetplek uit een andere uitvoering of een eerdere inrichting hoeft dus niet zonder meer passend te zijn. Bewaar bij een wijziging een korte beschrijving van de oude sensorplek en noteer wat u hebt verplaatst. Vermeld bijvoorbeeld of een tafel hoger staat, een plantgroep is verhuisd of de voeler een andere bevestigingsplek heeft gekregen. Vergelijk daarna de temperatuur op de betrokken plantplekken opnieuw. Zo kunt u een blijvend verschil onderscheiden van een tijdelijke verandering, bijvoorbeeld doordat de deur kort open is geweest. Verandert u tijdens die controle ook de thermostaatinstelling, noteer dat dan apart. Anders is achteraf moeilijk te zien welke aanpassing bij welke meting hoorde. Een eenvoudig overzicht van de inrichting en instellingen maakt de controle bruikbaar wanneer u de kas later opnieuw anders indeelt.

Volg de aanwijzingen voor de thermostaat en voeler

Controleer in de handleiding of de sensor ingebouwd of los is en welke plaatsingsvoorwaarden gelden. Let daarbij op aanwijzingen over de stand van de voeler, de toegestane omgeving en de afstand tot de regelaar. Ga er niet vanuit dat een sensor tegen vocht bestand is of dat een kabel zonder meer kan worden verlengd. De productdocumentatie beschrijft wat voor dat type is toegestaan. Laat vragen over de elektrische aansluiting beoordelen door een vakbekwame installateur in plaats van zelf een andere aansluiting te proberen.

Ook de manier waarop de thermostaat schakelt, kan invloed hebben op wat u op het display ziet. Sommige regelaars gebruiken een schakelmarge of vertraging; daardoor hoeft de verwarming niet precies bij het bereiken van de ingestelde temperatuur in of uit te schakelen. Verplaats de sensor dus niet meteen omdat u een ander schakelmoment verwacht. Noteer eerst de instelling, de gemeten temperatuur en of de verwarming op dat moment aan of uit stond. Lees vervolgens na hoe de regeling volgens de fabrikant reageert. Houd deze beoordeling gescheiden van de vergelijking met een thermometer bij de planten: het schakelmoment vertelt hoe de regelaar werkt, terwijl de tweede meting helpt beoordelen of de sensorplek representatief is. Zo voorkomt u dat u een eigenschap van de regeling probeert te veranderen door de voeler op een minder geschikte plek te zetten.

Orangeriekas op een productfoto

Vergelijk de sensormeting met de temperatuur bij de planten

Gebruik een aparte thermometer om te controleren of de sensor een bruikbare waarde geeft. Zet die eerst op ongeveer dezelfde hoogte en in vergelijkbare omstandigheden, zonder dat de thermometer zelf in direct zonlicht ligt of een oppervlak raakt. Geef het meetinstrument tijd om te reageren volgens de eigen gebruiksaanwijzing. Een verschil tussen twee metingen is aanleiding om de plaatsing en het instrument te controleren, niet automatisch bewijs dat de thermostaat defect is.

Meet daarna op een paar plekken waar uw planten staan en noteer het tijdstip, de weersituatie en of de verwarming of ventilatie actief was. Herhaal dit op verschillende momenten; één meting geeft geen compleet beeld van de kas. Houd in uw notities de gemeten sensorwaarde, de ingestelde temperatuur en de waarde van de losse thermometer uit elkaar. Vergelijk bij voorkeur steeds dezelfde plantplekken, zodat een verandering in het overzicht niet alleen het gevolg is van een verplaatst meetinstrument. De Bloomcabin Prestige-kas is verkrijgbaar van 3,77 tot 28,08 m². Gebruik voor uw controle de gekozen uitvoering en de eigen plantindeling, niet een vaste meetplek uit een andere kas. Kijk in het overzicht vooral of hetzelfde verschil terugkomt en onder welke omstandigheden dat gebeurt. Die informatie maakt het makkelijker om gericht naar de sensorpositie te kijken dan een losse waarde zonder tijdstip of plaatsaanduiding.

Kies welke teeltzone de regeling moet volgen

Als verschillende delen van de kas uiteenlopende omstandigheden hebben, kies dan bewust welke zone als uitgangspunt voor de thermostaat dient. Dat kan het deel zijn waar de belangrijkste of meest temperatuurgevoelige planten staan, maar de juiste keuze hangt af van uw teelt. Een enkele sensor kan niet tegelijk twee zones met verschillende omstandigheden afzonderlijk regelen. Wilt u meerdere zones apart verwarmen, controleer dan of uw regelapparatuur daarvoor bedoeld is; een extra meetpunt alleen is geen aparte regeling.

Ook bij een T-model-orangeriekas van 16,52 tot 30 m² zijn de gekozen uitvoering en inrichting bepalend voor de meetpunten. Maak de keuze voor uw regelpunt concreet door vast te leggen welke plantgroep u ermee wilt volgen. Geef daarbij aan welke andere groepen buiten die gekozen zone staan. Dat voorkomt dat u later aanneemt dat de thermostaat ook hun omstandigheden rechtstreeks meet. Gebruik de eerder verzamelde temperatuurmetingen om te beoordelen of de gekozen plek aansluit bij die prioriteit. Wijkt een andere zone af, beschrijf dan eerst dat verschil in plaats van de sensor telkens tussen beide zones te verplaatsen. Bij één regelpunt blijft een duidelijke keuze nodig: de thermostaat reageert op zijn eigen sensor, terwijl de aanvullende meetpunten laten zien wat er elders gebeurt. Zo passen de plaatsing en uw verwachtingen bij de manier waarop u de kas werkelijk gebruikt.

Veelgestelde vragen

Kan ik de thermostaat onder de nok of op de vloer plaatsen?

Dat is meestal geen goede keuze als de planten op een andere hoogte staan. De lucht bij de nok of vloer kan afwijken van de temperatuur rond het gewas. Kies een vrij meetpunt op gewashoogte en volg de aanwijzingen voor uw type sensor.

Is een plek in de schaduw altijd geschikt?

Schaduw voorkomt dat direct zonlicht de sensor zelf opwarmt, maar de voeler moet ook vrij contact houden met de omringende lucht. Stop hem daarom niet in een afgesloten doos of hoek zonder luchtbeweging. Gebruik alleen een afscherming die geschikt is voor de sensor.

Hoe ver moet de sensor van de verwarming hangen?

Er is geen vaste afstand die voor elke verwarming en kas klopt. Houd de sensor buiten de directe warme luchtstroom en volg de plaatsingsinstructies van de fabrikant. Vergelijk de meting daarna met de temperatuur op plekken waar uw planten staan.

Kan ik de temperatuur met een aparte thermometer controleren?

Ja. Plaats die op ongeveer dezelfde hoogte en in vergelijkbare omstandigheden als de sensor en vergelijk de waarden. U kunt de thermometer daarna op andere plekken bij de planten zetten om verschillen in de kas in beeld te brengen.

Wat als de thermostaat de ingestelde temperatuur aangeeft, maar het bij de planten kouder is?

Controleer de temperatuur met een tweede thermometer in de teeltzone en kijk of zon, tocht, de verwarming of de kasindeling de sensor beïnvloedt. Verhoog de ingestelde temperatuur niet meteen om een ongunstige meetplek te compenseren; controleer eerst de sensorpositie en de documentatie van de regeling.

De meest betrouwbare sensorplek is niet voor elke kas hetzelfde. Kies een vrij meetpunt op de hoogte van de planten die u wilt volgen, buiten direct zonlicht, tocht en de warme luchtstroom van de verwarming. Vergelijk de gemeten sensorwaarde daarna met metingen in de teeltzone en herhaal die controle wanneer de indeling verandert. Zo weet u wat de thermostaat werkelijk meet en voor welke delen van de kas die waarde representatief is.

45% BETERE PRIJS WANNEER U ONLINE KOOPT
Handelen op internet is handig en winstgevend
Vraag ons
Neem contact met ons op
Telefoon:
E-mail:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Reg.nr.:
38944924
Adres:
Thriges Plads 6, 5000 Odense C, Denmark
Sociale media
Volg ons op Instagram, Facebook en Twitter. Daar vind je het laatste nieuws en de beste aanbiedingen van Bloomcabin.
X
Heeft u vragen en wilt u dat wij u terugbellen?
+31
−
✖